Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-gaam - (zich (geslachtelijk) verenigend of voortplantend)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-gaam [achtervoegsel met de betekenis ‘zich (geslachtelijk) verenigend of voortplantend’] {in bv. autogaam 1901-1925} < frans -game [idem] of direct < grieks gamos [huwelijk], van gameō [ik huw] → -gamie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-gaam (Grieks -gamos)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut