Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

futiliteit - (nietigheid, kleinigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

futiel bn. ‘nietig, onbeduidend’
Nnl. hare futile rapporten ‘hun verslagen, die weinig voorstelden’ [1711; de Haan 1911], futiel ‘nietig’ [1824; Weiland], futiele kleinigheden [1892; WNT Aanv.].
Via Frans futile ‘nietig, onbeduidend’ [15e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn fūtilis ‘id.’, een overdrachtelijke betekenis ‘zonder belang’, ontstaan uit ‘zonder bodem’, bij de oorspr. betekenis ‘gemakkelijk leegstromend’. Dit woord is afgeleid van de stam van het werkwoord fundere ‘stromen, smelten’, verwant met → gieten (zie ook → fusie).
futiliteit zn. ‘onbeduidende zaak’. Nnl. Invoeringen der Beelden ... en reliquien, laetste Olysel,... Latynse Mis, Wierokinge, en duizenderley futiliteyten meer [1732; WNT wierooken]. Via Frans futilité ‘onbeduidende zaak’ [16e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn fūtilitās ‘id.’ (genitief -tātis), afgeleid van fūtilis.
Lit.: F. de Haan (1911), Priangan; De Preanger-Regentschappen onder het Nederlandsch Bestuur tot 1811, Batavia, deel II, 331

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

futiliteit [nietigheid, kleinigheid] {1824} < frans futilité < latijn futtilitatem, 4e nv. van futtilitas [onbeduidendheid, beuzelpraat], van fut(t)ilis (vgl. futiel).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

futiliteit nietigheid, kleinigheid 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal