Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fusie - (ineensmelting)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fusie zn. ‘ineensmelting’
Vnnl. alle de voorseyde dingen dienen tot fusie oft smeltinghe der metalen ‘alle hiervoor genoemde zaken zijn nodig voor het (samen)smelten van metalen’ [1558; Piemontois 1636, I, 226], nnl. fusie ‘smelting, het metaalgieten; vermenging, samensmelting van partijen, stelsels, verschillende klassen der maatschappij’ [1847; Kramers], de fusie aller rassen [1894; WNT Aanv.], fusie van harmonie en melodie [1949; WNT Aanv.]. Verder in enkele medische vaktaaltoepassingen met diverse betekenissen, en in de natuurkunde als verkorting van kernfusie ‘het samensmelten van atoomkernen’. Het bekendst is het woord echter in de economische of sociopolitieke betekenis ‘het volledig samengaan van twee of meer bedrijven of andersoortige instellingen’ [1902; WNT Aanv.].
In de algemene betekenis ‘samensmelting (van staatkundige partijen, stelsels, rassen, maatschappelijke klassen e.d.)’ ontleend aan Frans fusion ‘id.’ [1801; Rey], dat is ontwikkeld uit een nog algemener ‘smelten’ [1578; Rey]. Het Franse woord is ontleend aan Latijn fūsiō (genitief fūsiōnis) ‘uitstorting’, Laatlatijn ook ‘het smelten (van metaal)’, afgeleid van fundere ‘smelten, gieten, uitstorten’, Indo-Europees verwant met → gieten. Andere woorden die teruggaan op Latijn fundere zijn bijv.futiel, → confusie, → diffuus, → infuus.
De Franse algemene betekenis ‘smelten’ komt in het Nederlands alleen voor in de attestatie uit 1636 en in de 19e-eeuwse woordenboeken. Als medische term is fusie wrsch. rechtstreeks aan het (medische) Neolatijn ontleend, als natuurkundige term aan het Engels, en als bedrijfseconomische misschien aan het Duits.
Het bijbehorende werkwoord is in het NN fuseren, afgeleid van fusie, en in het BN fusioneren, ontleend aan Frans fusionner, afleiding van fusion.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fusie [het samengaan] {1824} < frans fusion [idem] < latijn fusionem, 4e nv. van fusio [het uitgieten, samengieten, smelten (van metalen)], van fundere (vgl. fuseren).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fusie ‘het samengaan’ -> Indonesisch fusi ‘het samengaan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fusie het samengaan 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 226] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal