Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

furie - (razende woede; in razende woede ontstoken vrouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

furie zn. ‘razende woede; in razende woede ontstoken vrouw’
Vnnl. de groote hitte, der furien gloet ‘de grote hitte, de gloed van de Furiën’ [1538; WNT zaak], furie ‘razende woede’ in huer smans furye ‘de razende woede van haar man’ [1538; WNT], ook ‘uitbarsting van een natuurkracht’ in die furye vande wint ‘het razend woeden van de wind’ [1596; WNT]; metaforisch ook nnl. furie ‘woedende vrouw’ [1871; WNT].
Al dan niet via Frans furie ‘woede, razernij; duivelse godin’ [14e eeuw; Rey], ontleend aan Latijn furia ‘woede, razernij’, bij het werkwoord furere ‘razen, woeden’, van onduidelijke verdere herkomst; zie ook → furore.
In de Romeinse mythologie waren de Furiën (of Erinyen zoals de Grieken ze noemden) de wraakgodinnen. Ze woonden in de onderwereld en verschenen op aarde als ze wraak uitoefenden: wanneer iemand zich had vergrepen aan bloedverwanten, vrienden of asielzoekenden, werd hij door hen met woede achtervolgd. De Furiën dreven hun slachtoffers tot waanzin met hun slangen, fakkels en zwepen en bleven hen tot de dood achtervolgen. De Furiën werden eufemistisch ook wel Eumeniden (Grieks voor ‘Welgezinden’) genoemd.
furieus bn. ‘woedend’. Nnl. furieus ‘id.’ [1531; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans furieux ‘id.’ [ca. 1290; Rey], ontleend aan Latijn furiōsus ‘razend, tierend’, afleiding van furia.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

furie [razernij] {1538} < frans furie < latijn furia [woede, razernij] (vgl. fureur, furore).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Furiën (Lat. Furiae; Gr. Erinyen, de woedenden) waren naar de voorstelling der Grieksche dichters de dochters van den vreesverwekkenden nacht. Zij hadden een afzichtelijk voorkomen: in plaats van hoofdhaar hadden zij slangen, haar oogen waren bloedrood; haar gewaad was zwart met een bloedrooden gordel, en in haar handen droegen zij een dolk en een fakkel. Zij stegen uit de onderwereld op om de misdaden der menschen te wreken, vooral door het doen ontstaan van gewetenswroeging. Men telde er drie; nl.: Tisiphone (den nood wrekende), Alekto (de onverzoenlijk hatende) en Megaira (de nijdige). Zij stellen het booze geweten voor.
Razende, woedende vrouwen worden nog wel furiën geheeten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

furie ‘razernij’ -> Negerhollands furie ‘razernij’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

furie razernij 1538 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut