Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fröbelen - (knutselen, rommelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

fröbelen ww. (NN) ‘knutselen, rommelen’
Nnl. fröbelen “jonge kinderen op een aangename, ontwikkelende wijze spelende bezighouden” [1898; van Dale], “handenarbeid verrichten (matjesvlechten enz.) van kleine kinderen” [1912; Kramers], “zich met onnozelheden bezighouden” [1984; van Dale HN]. Eerder al in samenstellingen: Fröbelschooltje [1867; WNT school I], fröbelstokjes [1894; weekblad Eigen Haard, 280], fröbel-onderwijs [1912; WNT Aanv.].
Afgeleid van het eerste lid in samenstellingen als Fröbelschool, Fröbelonderwijs; dit is de naam van de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel (1782-1852), die in 1840 voorstelde om kinderen al op jongere leeftijd te onderwijzen dan tot dan toe gebruikelijk was.
Fröbel bedacht voor zijn concept van voorschool voor primair onderwijs in het Duits de naam Kindergarten. Erkenning op grote schaal kreeg hij pas na zijn dood; zijn volgelingen verspreidden zijn boeken en spelmateriaal in binnen- en buitenland. In Nederland en België gebruikte men aanvankelijk ook wel de leenvertaling kindertuin, maar samenstellingen met Fröbel (en algauw ook met fröbel) waren gebruikelijker. Vooral in Nederland stonden halverwege de jaren 1920 overal fröbelscholen. Ook het werkwoord fröbelen verwierf zich een eigen positie in het Nederlands. Beide ontwikkelingen werden wrsch. zeer gesterkt door de toevallige fonologische, morfologische en semantische overeenkomsten met werkwoorden als → frommelen, → friemelen, → frutselen en → frunniken.
Na de Tweede Wereldoorlog taande de invloed van Fröbels opvoedkundige opvattingen en daarmee verdween ook het fröbelonderwijs. Daarvoor in de plaats kwam de kleuterschool, hoewel in het BN nog lang de benaming kindertuin in gebruik bleef. Het werkwoord fröbelen bleef en kon, niet meer gehinderd door associatie met onderwijs, een algemene betekenis ‘knutselen, rommelen’ gaan ontwikkelen. De functie van het subject is daarbij veranderd: iemand die in de 19e eeuw fröbelt, laat kinderen knutselen, in het hedendaags Nederlands knutselt zo iemand zelf. Het woordenboek van Kramers wijst in 1912 al op deze verandering, maar in de meeste 20e-eeuwse woordenboeken (nog tot en met Van Dale 1976) staat nog de oude betekenisomschrijving.
Lit.: M. Philippa (1994), ‘Tussen friemelen en fröbelen’, in: OT 63, 24

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fröbelen [spelen van kinderen] {1898} afgeleid van de naam van de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel (1782-1852).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fröbelen ww., genoemd naar de Duitse paedagoog F. Fröbel (1782-1852).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

fröbelen, fröbelschool ww., resp. znw. Genoemd naar den pedagoog F. Fröbel (1782—1852).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

frö’bel (de, -s), frö’belschool (de, -scholen), kleuterschool. Kent U het liedje nog, dat wij in onze kleuterjaren op school (Fröbel) zongen? (Fernandes 1973: 38). Ik ben geboren in 1886, van 1890 tot 1893 op de preeskoro [S, kleuterschool], de fröbelschool van de Hernhutters geweest (J.G.A. Koenders ± 1957, cit. volgens Doelwijt 1972a: 83). - Etym.: Er is doorgaans geen sprake (meer?) van de methode Fröbel. - Samenst. ook: fröbelakte, fröbelklas, fröbelonderwijs.
— : hoge fröbel, tweede klas van de kleuterschool. Op school zat hij al op de hoge fröbel en op een dag mocht zijn juf, een leuk jong ding, zijn stijfseltoestand [erectie] in levende lijve aanschouwen (Rappa 1984: 13).
— : lage fröbel, eerste klas van de kleuterschool. Sailesh wordt een hele man, nu hij naar de lage freubel gaat en... (Behr 15).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

fröbelen, zich met onnozelbeden bezighouden
Anders dan menigeen denkt, is fröbelen geen Duits woord. Een Duitser die fröbelt is aan het herumbasteln of herumkramen.
Fröbelen betekent ‘jonge kinderen met spelen die het verstand ontwikkelen bezighouden volgens de beginselen van de Duitse pedagoog Fröbel’. Althans, in dergelijke bewoordingen is het sinds het eind van de vorige eeuw in Nederlandse woordenboeken te vinden. Opmerkelijk genoeg vermeldde tot voor kort alleen Van Dale’s Hedendaags Nederlands het woord zoals het al sinds jaar en dag wordt gebezigd, namelijk als’vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden’.
Toch bestaat de indruk dat spelen volgens de beginselen van Fröbel uitdraait op herumbasteln al heel lang. In 1905 schreef de Winkler Prins: ‘Jammer is het, dat niet alle onderwijzeressen genoegzaam in den geest van Fröbel doorgedrongen zijn en het "werken" [...] dikwijls in een geestdoodende tijdsverspilling ontaardt.’
Friedrich Wilhelm August Fröbel werd op 21 april 1782 in Oberweissbach geboren. Hij verloor zijn moeder toen hij negen maanden oud was en werd door zijn stiefmoeder achtergesteld. Friedrich groeide uit tot een somber, in zichzelf gekeerd kind dat moeilijk kon leren. Hij had een markant uiterlijk: enorme flaporen, een geprononceerde neus, een taps toelopende kin en lang haar met een scheiding in het midden. Zijn enige passie was de natuur en hij bracht uren alleen door in de bossen.
Na allerlei baantjes, halve studies en een docentschap aan een school van de Zwitserse hervormer Pestalozzi, werd Fröbel op 24-jarige leeftijd huisonderwijzer voor de drie zoons van baron von Holtzhausen. Het werd een keerpunt in zijn leven. Fröbel zag de barones als de personificatie van de ideale moeder. Hij beschouwde haar als zijn ‘geestelijke bruid’ en nog lang nadat hij weer was gaan studeren voerde hij een geheime correspondentie met haar.
In 1816 kreeg Fröbel de gelegenheid zijn eigen opvattingen over opvoeding te verwezenlijken. Zijn broer Christoph stierf en diens weduwe wendde zich tot Fröbel voor hulp bij de opvoeding van haar drie zoontjes. Met deze jongetjes als enige leerlingen begon Fröbel op 13 november 1816 in Griesheim het Universele Duitse Opvoedingsinstituut.’
Als typisch romanticus leefde Fröbel in de overtuiging’, schrijft een naslagwerk, ‘dat één kosmische wet het heelal beheerst en dat de ontwikkeling van de natuur, de cultuur en het kind langs dezelfde lijnen verloopt. Het is de taak van de opvoeding, bij het kind deze lijnen te accentueren.’
Fröbel bracht een en ander in praktijk met behulp van zogeheten speelgaven. Wat er voor een kind uitzag als een bal, een kubus of een cilinder, waren volgens Fröbel symbolen van de kosmische ontwikkeling. ‘De b-al is als het ware een beeld van ’t al, het heel-al’, schreef hij en hij zou het zo aan Goropius Becanus kunnen hebben ontleend (zie bij goropisme). Door te spelen met deze ‘gaven’ ontwikkelde een kind zich volgens Fröbel min of meer vanzelf.
Bij de overheid sloegen zijn ideeën niet meteen aan. Zijn school werd gezien als een ‘nest van demagogen’ en Fröbel moest op een gegeven moment uitwijken naar Zwitserland. In Pruisen waren de Fröbelscholen zelfs van 1851 tot i860 verboden.
Maar ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. Nadat Fröbel op 21 juni 1852 was overleden, verbreidden zijn volgelingen de Kindergärten over geheel Europa en in 1925 telde alleen Amsterdam al vijftien verschillende Fröbelinrichtingen. De neergang van Fröbels opvoedkundige opvattingen zette in na de Tweede Wereldoorlog - mede door het overmatige gefröbel.
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

schoolhoofd [directeur van een school] (1878). De Lager Onderwijswet van 1878 brengt enkele onderwijshervormingen, en introduceert de term hoofd der school, wat in de spreektaal al snel schoolhoofd wordt. Neerlandicus Jan te Winkel zegt hierover in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: ‘Zoo zijn [...] woorden als “schoolmeester” of “meester” (althans in dezelfde engere beteekenis) aan het wegsterven, sinds de wet van 1878 de uitdrukking hoofd der school heeft ingevoerd, waarvan de spreektaal schoolhoofd gemaakt heeft. Daar die wet ieder, die onderwijs geeft, “onderwijzer” noemt, is het woord “hulponderwijzer” nu sinds twintig jaar een historische term geworden. Daarentegen heeft aanteekening de nieuwe beteekenis van “bevoegdheid tot het onderwijzen van een bepaald vak” gekregen. Opgaan voor een examen schijnt mij in de onderwijswereld ook een woord uit de tweede helft onzer eeuw, in den zin van “examen gaan doen”, gemaakt naar de meer en meer verouderende uitdrukking “opgaan naar het bedehuis”. Modern zijn ook woorden als schoolmuseum, schoolwandeling, schoolbaden, waarbij dan nog kindervoeding en vacantiekolonie behooren. Het aanschouwingsonderwijs dankt, met de zielebeelden, zijn naam wel reeds aan Pestalozzi, die er de vader van is, maar eerst in de laatste helft onzer eeuw spreekt men er vaak genoeg over, om het een woord uit de spreektaal te mogen noemen. Bewaarscholen, waar nu gefröbeld wordt, zijn er nog wel, maar “kleine-kinderschooltjes” of “matressen-schooltjes” niet meer. Daarentegen kinderbewaarplaatsen en speeltuinen (in plaats van “kindertuinen”, zooals men ze vóór 1850 in aansluiting aan hun eersten voorstander Fröbel eene enkele maal noemde).”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fröbelen spelen, vrijblijvend bezig zijn 1898 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal