Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

frivool - (wuft, lichtzinnig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

frivool bn. ‘wuft, lichtzinnig’
Vnnl. frivool ‘nietszeggend, onbenullig’ [1500; MNHWS], frivole appellatien ‘onbenullige gevallen van hoger beroep’ [1552; Stall.], frivole ende ongefondeerde propositien ‘waardeloze en op niets gebaseerde voorstellen’ [1634; WNT]; nnl. ‘lichtzinnig’ in frivole genoegens [1864; WNT].
Al dan niet via Frans frivole ‘onbeduidend, onbenullig (van voorwerpen)’ [ca. 1265; Rey], ‘lichtzinnig (van personen)’ [1678; Rey], ontleend aan Latijn frīvolus ‘waardeloos, nietig, onbeduidend’, waarvan de verdere herkomst onbekend is, maar dat misschien verband houdt met friāre ‘verbrokkelen’ (zie ook → frictie).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

frivool [lichtzinnig] {1527} < frans frivole [idem] < latijn frivolus [waardeloos, onbelangrijk, (grondbetekenis) stukgewreven] (verwant met friare [stukwrijven, verbrokkelen]), in middeleeuws latijn frivole [(bijw.) luchtig, onnadenkend].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

frivool (Frans frivole)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

frivool lichtzinnig 1500 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut