Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

frikadel - (ronde schijf of bal gehakt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

frikadel zn. (BN) ‘ronde schijf of bal gehakt’
Vnnl. frickedilleke ‘in drieën gedeelde gehaktbal; gevulde gehaktrol’ [1607; Kil.], een moye frickedel, gefricasseert in de bruyne brande graaf mouweris ‘... gebraden/gefruit in bruine brandewijn’ [1612-1615; WNT frikkadel], frikadel in tot frikadellen hakken ‘gehakt van iemand maken’ [1636; WNT].
Ondanks de late Franse attestatie wrsch. toch ontleend aan Frans fricadel ‘gehaktbal’ [1742; TLF], zie → fricandeau. In de oudste attestaties is volksetymologische invloed te zien van het werkwoord vnnl. fricken of vriken ‘roosteren, bakken’ [1599; Kil.] (uit Latijn frīgere ‘stoven, braden’, zie → fruiten).
Terwijl de frikadel als gerechtnaam in Nederland verouderde, bleven naam en gerecht in het Indisch-Nederlands bestaan en werden zij door het Indonesisch ontleend als perkedel ‘gehakt’ (met metathese en klankwettige overgang f > p zoals in → piekeren). In de Indonesische keuken in Nederland is vervolgens in de tweede helft van de 20e eeuw opnieuw de Indonesische frikadel in vele soorten ingevoerd, waaronder ook vleesloze, bijv. een frikadel van kabeljauw, frikadel kool etc.
Zie ook de bedachte productnaam → frikandel.
Lit.: M. Philippa (1994), ‘Franse (?) versnaperingen’, in: OT 63, 120-121

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

frikadel [gehakt vlees] {frickedilleke 1599-1607, fricadel 1646} < frans fricadelle (in Lotharingen), van fricasser [stoven], vgl. middelnederlands fricken [roosteren, braden], teruggaand op latijn frigere [roosteren].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

frikadel znw. v. < fra. fricadelle < prov. fricadel, dat uiteindelijk teruggaat op een gallo-rom. *frigicare, intensief bij lat. f rigere ‘roosteren’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

frikkadel znw. Nnl. ontl. uit fr. fricadelle “frikkadel” (misschien bij lat. frîgo “ik rooster”).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

frikkadel v., uit Fr. fricadelle, dat met fricassée, van fricasser, augmentat. van Mlat. fricare, en dit frequent. van Lat. frigere = braden (Fr. frire, van waar, over het verl.dw. frit, Mnl. friten, fruten) + Gr. phrúgein.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

frikkedel (zn.) bal of schijf gehakt; < Frans fricadelle.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

frikkadel s.nw. Ook frikkedel.
Gemaalde vleis, gewoonlik met brood gemeng, wat in bolle gerol en gebak word.
Uit Ndl. frikadel, fricadel (1646). Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884) in die afleiding frikkadelletjies 'klein ballen van gehakt vleesch'.
Ndl. frikadel uit Fr. fricadelle uit Provensaals fricadel, wat teruggaan op Gallo-Romaans *frigicare, intensief van Latyn frigere 'rooster'.
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1870).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

frikkadel: “balletjie gemaalde vleis”; Ndl. (al 17e eeu) frik(k)adel uit Fr. fricandeau (uit veronderstelde ouer fricandel), van onseker herk., maar verb. m. Fr. frire, It. friggere en Lat. frigere, “braai, rooster”, word vermoed, indien juis, dan misk. ook verb. m. Eng. fritter.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

frikadel, frikandel ‘gehakt vlees’ -> Engels frikkadel ‘gehaktbal’ ; Duits Frikadelle ‘vleesballetje’; Deens frikadelle ‘gehaltbal’ ; Litouws frikadelė ‘vlees- of visballetje’ ; Zuid-Afrikaans-Engels frik(k)adel(le) ‘gehaktbal’ ; Indonesisch bergedél, pergedél, pérkedél ‘bepaald soort worst’; Jakartaans-Maleis bergedèl, pergedèl, perkedèl, pèrkedèl ‘gehakt vlees’; Javaans bregedèl ‘gehakt vlees’; Madoerees bargēddel, bargēdil, bēlgēddel, bargēddīl ‘gehakt vlees’; Menadonees berkedèl ‘gehakt vlees, vleesballetjes in soep’; Soendanees pĕrkĕdel ‘bepaald soort worst, gehakt’; Petjoh frikadel, perkedel ‘ovengerecht van onder andere gehakt vlees’; Creools-Portugees (Batavia) fricadelle ‘gehakt vlees’; Creools-Portugees (Malakka) pikadel, frikadel ‘bepaald gerecht’; Singalees pirikidäl ‘gerecht van gehakt vlees met saus’; Papiaments frèkèdèl; frèkèndèl, frekedèl ‘gehakt in de vorm van een worstje; gehaktbal’; Sranantongo frikaderi ‘gehakt vlees, gehakt(bal)’; Surinaams-Javaans bergedhèl, bregedhèl, perkedhèl ‘gehakt vlees’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

vieux [alcoholische drank] (1961). In het Verdrag van Versailles van 1919 verbieden de Fransen andere landen om de naam cognac te gebruiken voor drank die niet uit de Cognacstreek komt. Daarom noemen de Duitsers hun vorm van cognac sinds 1921 Weinbrand. In 1961 verzint de Nederlandse fabrikant James Coebergh na Franse protesten een nieuwe naam voor de Hollandse cognac: vieux, het Franse woord voor ‘oud’. (Een goede cognac is oud, en dit woord stond daarom doorgaans al op de etiketten.) Op een vergelijkbare manier is de tegenstelling ontstaan tussen frikadel ‘gehaktbal’ en frikandel ‘worstvormig stuk gefrituurd gehakt’. Als er eind jaren vijftig nieuwe wettelijke eisen voor het meelgehalte in vleesproducten komen, mag het product dat snackfabriek De Vries in Dordrecht verkoopt, niet langer gehaktbal of frikadel genoemd worden. Daarom verkoopt de fabrikant het vanaf 1961 in een andere vorm (een lange worst) en onder een andere naam: frikandel (een naam die in het verleden weleens voorkwam als variant van frikadel). Sindsdien bestaat er een verschil in vorm én betekenis tussen frikadel en frikandel.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

frikadel gehakt vlees 1599-1607 [Kil.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut