Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

frijnen - (groeven aanbrengen in natuursteen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

frijnen [groeven aanbrengen in natuursteen] {1848} van frans chanfrein [schuin afgestoken kant], van chanfreindre [frijnen], van chant [smalle kant] < latijn canthus [velg van wiel] (vgl. kant) + fraindre = freindre [breken] < latijn frangere [breken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

frijnen ww. ook frenen en vrijnen ‘gehouwen steen voorzien van smalle evenwijdige groefjes’ < fra. chanfrein ‘schuine kant, afschuining’ afl. van chanfraindre ‘afschuinen’ < chantfraindre samenstelling van chant ‘smalle kant, hoek’ < gall. *kanto en fraindre ‘breken’ < lat. frangere (C. H. Ph. Meijer Ts 33, 1914, 298-303). — Zie ook: soevereinen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

frijnen o.w. (uithakken), Westvl. freenen, wellicht verkort uit sofreinen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut