Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

frequentie - (veelvuldigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

frequent bn. ‘herhaaldelijk’
Vnnl. frequent ‘herhaaldelijk’ [1553; van den Werve], 't frequent afmaeyen ‘het herhaaldelijk afmaaien’ [1619; WNT].
Al dan niet via Frans fréquent ‘herhaaldelijk’ [1398; Dauzat] ontleend aan Latijn frequēns (genitief frequentis) ‘talrijk; herhaaldelijk; druk bezocht; veelvuldig’, waarvan de verdere herkomst onduidelijk is.
frequentie zn. ‘veelvuldigheid’. Nnl. frequentie ‘talrijkheid’ [1553; van den Werve], de groote frequentie van de ingesetenen ‘talrijkheid’ [1710; WNT Aanv.] (deze betekenis is nu verouderd); frequentie ‘veelvuldigheid’ [1847; Kramers], meer in het bijzonder ‘aantal keren per tijdseenheid’. Ontleend aan (wetenschappelijk) Neolatijn frequentia ‘veelvuldigheid’, in het klassiek Latijn ‘drukke opkomst’ betekenend en afgeleid van frequēns. Met uitzondering van de oudste attestaties was en is dit woord vooral een vakterm, afkomstig uit de natuurkunde, de geneeskunde (bijv. m.b.t. hartritme) en de elektrotechniek. ♦ frequenteren ww. ‘regelmatig bezoeken’. Mnl. frequenteren ‘regelmatig bezoeken’ [1469; MNHWS]. Ontleend aan Frans fréquenter ‘id.’ [ca. 1380; Rey], eerder ‘(regelmatig) vieren’ [ca. 1190; Rey] en ontleend aan klassiek Latijn frequentāre ‘vieren; druk bezoeken, dicht bevolken’, afgeleid van frequēns.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

frequentie (Latijn frequentia)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Frequentie (Lat. frequéntia = talrijke tegenwoordigheid, menigte, menigvuldigheid; fréquens, gen. -éntis = talrijk). 1. Trillingsgetal, aantal trillingen of wisselingen per tijdseenheid; 2. getal dat aangeeft hoe vaak gedurende een zekeren tijd een verschijnsel gebeurt.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Frequentie (< Lat. frequentie = talrijkheid; < frequens = talrijk). Math. Aantal perioden per tijdseenheid.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut