Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

franchise - (eigen risico bij een schadeverzekering; bepaalde ondernemingsvorm)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

franchise zn. ‘eigen risico bij een schadeverzekering; bepaalde ondernemingsvorm’
Nnl. eerst in de samenstelling post-franchise ‘vrijstelling van postgeld’ [1847; Kramers], dan franchise ‘vrijdom, voorrecht’ 1886; Kramers], franchise ‘eigen risico (bij een schadeverzekering) ter waarde van een bepaald percentage van het verzekerde bedrag’ [1896; Woordenschat], ‘recht op exploitatie (door een onderneming) van andermans naam en bedrijfsformule’ [1974; Koenen]. In deze laatste betekenis ook franchising. Eerder al in de woordenboeken, maar alleen met Franse betekenissen ‘vrijmoedigheid, openhartigheid’ [1824; Weiland] en daarna ook met specifieke Engelse betekenissen ‘kiesbevoegdheid, kiesrecht’ [1886; Kramers], die in het Nederlands niet gangbaar zijn geworden.
Via het Engels, maar met Franse uitspraak, ontleend aan Frans franchise. De oorspr. Franse betekenis was ‘vrijstelling, vrije, niet onderworpen toestand (bijv. van steden ten opzichte van een heerser)’ [11e eeuw; FEW]; het woord is afgeleid van het bn. franc, franche ‘vrij’, zie → frank 1. De jongere, verzekeringstechnische betekenis ‘vrijstelling van vergoeding door een verzekeraar’ is in het Engels hieruit ontwikkeld [1895; OED]. Dat geldt ook voor de franchise als ondernemingsvorm [1959; OED]. Het Engels heeft hiervoor ook het deelwoord franchising [1966; OED] van franchise, dat als werkwoord zelf minder gebruikelijk is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

franchise [vrijdom] {1824 in de betekenis ‘vrijmoedigheid, openhartigheid’; als ‘vrijdom’ 1898} < frans franchise [vrijheid, vrijdom], van franc, vr. franche [vrij] (vgl. frank1).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

franchise vrijstelling van invoerrechten 1886 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut