Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fractuur - (botbreuk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fractuur zn. ‘botbreuk’
Vnnl. in van allen fracturen ‘van alle botbreuken’ [1535; WNT wieken], in Gebroke Been, ofte Beenbreuck, by de Heel-meesters allesins, na het Latijn, met den naem Fracture bekent [1645; WNT beenbreuk]. Daarnaast is fractuur ook de naam voor een Gotische (‘gebroken’) letter: nnl. in het regt- en schuin Romeins, curcyf ... en fractuur [1737; Pas].
Via Frans fracture ‘botbreuk’ [1250-1300; Rey] ontleend aan Latijn frāctūra ‘splinter, fragment, breuk’, een afleiding van het werkwoord frangere ‘breken’, zie → fractie en het verwante → breken.
Lit.: J. Pas (1737), Mathematische of wiskundige behandeling der schryfkonst..., Amsterdam

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fractuur [breuk] {fracture 1650} < frans fracture < latijn fractura [het breken, gebroken plek], van frangere (verl. deelw. fractum) [breken].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fractuur ‘breuk’ -> Indonesisch fraktur ‘breuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fractuur breuk 1560 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut