Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fraai - (mooi)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fraai bn. ‘mooi’
Mnl. vrai eerst ‘waar, betrouwbaar’, ook ‘goed, voortreffelijk’, later ook ‘mooi’: materie vrai uan dichtene af ‘betrouwbare, voortreffelijke(?) stof om over te dichten’ [1265-70; CG II, Lut.K], so scoene ende so fray ‘zo schoon en zo voortreffelijk(?)’ [1276-1300; CG II, Lut.A], was die vraye pellicaen ‘(Christus) was de ware pelikaan’, goet ende fray ‘juist en waarachtig’ [eind 13e eeuw; CG I, 2876], frai ende scone ‘mooi’ [1300-25; MNW-R], fraie gordele ende alminiere ‘mooie gordels en geldbuidels’ [1300-50; MNW-R]; vnnl. van ghesonthede ... fray ‘van gezondheid goed’ [1530; WNT], seer fray volck ‘zeer flink (krijgs)volk’ [1530; WNT], seer fraey van staturen van lichaem ‘zeer mooi van lichaamsbouw’ [1602; WNT], dan ook al ironisch: zijn dat niet wel fraeye saken ‘dat zijn me wel fraaie zaken’ [1643; WNT].
Ontleend aan Oudfrans vrai ‘waar’ [1080; Rey], met daarnaast ook de inmiddels verouderde betekenis ‘oprecht’ [1165-70; Rey]; dit woord is ontwikkeld uit vulgair Latijn *veracus ‘waar’, een afleiding van klassiek Latijn vērāx ‘de waarheid sprekend, betrouwbaar’, dat weer is afgeleid van vērus ‘waar’, verwant met → waar 2.
Het woord had in het Nederlands aanvankelijk de betekenis ‘waarachtig, oprecht’ en ging later steeds meer de betekenis krijgen van ‘mooi’. Fraai kon voor nagenoeg alles gebruikt worden; voor personen of lichaamsdelen in de betekenis van ‘gezond, opgewekt, knap, achtenswaardig, bekwaam’ etc., en voor zaken in de betekenis van ‘mooi, loffelijk, smakelijk, geschikt’ etc. Tegenwoordig wordt het woord heel vaak ironisch gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fraai [mooi] {fra(e)y [waar, opgewekt, flink, dartel, pronkerig] 1276-1300} < frans vrai [waar] < vulgair latijn ∗veracus, latijn verax [waarachtig, eerlijk], van verus [waar].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fraai bnw., mnl. fray, vray, fraey, vraey ‘waar, oprecht, flink, krachtig: mooi, pronkerig’; gewoonlijk beschouwd als ontlening < fra. vrai ‘waar’ < gallo-rom. *verāius.

De bet.ontw. tracht FW 169 te verklaren door de parallel van mnd. dēgelik ‘krachtig, flink, gepast’ > nde. deilig ‘mooi’. B. Tiecke, Taaltuin 2, 1933-4, 264-7 wijst op overijsels froai ‘gezond, flink’ van een volwassen meisje gezegd, dat hij daarom terug wil voeren op een germ. *fraujō ‘meesteres, vrouw’ en dan met fries vocalisme; maar FW wijzen er op, dat het friese woord juist zelf ontleend zal zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

fraai bnw., mnl. fray, vray, fraey, vraey “waar, oprecht, flink, krachtig (fraey ende ghesont), mooi, pronkerig”. Uit fr. vrai “waar” (< vulgairlat. *vêrâcus, van vêrus “waar”). Voor de f uit v vgl. fielt, fooi, voor de bet. vgl. mnd. dēgelik “krachtig, flink, gepast”, waaruit de. deilig “mooi”: de bett. “gepast, goed in zijn soort” en “waar” liggen dicht bij elkaar, vgl. een waarachtige geleerde, vriend en ook wel degelijk “in waarheid”. Ten onrechte heeft men in ʼt Mnl. twee woorden vray, fray onderscheiden en ʼt eene van fr. vrai, ʼt andere òf van fr. frais “frisch” afgeleid — maar dan moest de s bewaard zijn — òf uit een fri. vorm van vroo(lijk) (vrolijk): de zeldzame ofri. vormen van dit woord, oofri. frê, frêj “vroolijk”, maken dit echter onwsch. Ook schijnt fraai in zuidelijke dialecten (met groote variatie van bet.) gewoner dan in noordelijke, fri. fraei is geen volkswoord en uit ʼt Ndl. gekomen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

fraai. De vulg.-lat. grondvorm van fr. vrai staat niet vast: *vêrâius < *vêrârius? Semantisch is de afl. uit fr. vrai niet onmiddellijk overtuigend; ook de f- kan aan andere oorsprong doen denken: toch is geen van de oudere etymologieën (overzicht van het debat bij v.d.Meer Hist. Gr. I, 293 vlg.) beter te noemen. Ook niet een latere van Tiecke Taaltuin 2, 264 vlgg., die vooral wegens overijs. fraai ‘volwassen meisje’ bij germ. *fraujô(n)- ‘meesteres, vrouwe’ (zie vrouw) wil aansluiten: het woord zou dan fri. â < au hebben.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

fraai bijv., Mnl. fraei, berust op den Fri. vorm van vroo- in vrolijk (z.d.w.); daarbij Mnl. verfrayen uitsluitend = vroolijk maken en worden; Kil. id. = 1. vroolijk maken, 2. mooi maken; verder Wvl. een fraai kind = een braaf kind; geen verband met Eng. fair. noch Fr. frais; een ander woord ook is Mnl. vraei, namelijk Fr. vrai.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

fraai b.nw.
Aantreklik, baie mooi, lieflik, sierlik.
Uit Ndl. fraai (Mnl. fray, vray) 'mooi', gesê van persone (1642), asook van sake (o.a. artikels, meublement) (WNT). Eerste optekeninge in Afr. by Pannevis (1880) in die bet. 'byzonder mooi' en by Mansvelt (1884) in die bet. 'lief, schoon, heerlijk, verrukkelijk, enz.'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

fraai: “mooi”; Ndl. fraai (Mnl. fra(e)y/vra(e)y, “flink, mooi, opreg, waar” uit Fr. vrai, “waar”, via Ll. uit Lat. verus, “waar”, hou verb. m. Eng. very.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fraai ‘mooi’ -> Duits dialect † fraai, frai, frei ‘mooi’; Creools-Portugees (Malakka) frai ‘mooi’; Negerhollands fraai,fraej, frāi, fraj ‘mooi, goed, oprecht’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † frai ‘goed, mooi’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fraai mooi 1276-1300 [CG Lut.A] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut