Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fortuin - (lot; kapitaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fortuin zn. ‘lot; kapitaal’
Mnl. fortune ‘wisselvallig lot’ [1290; CG II, En.Cod.], geldelijk vermogen [1494; MNHWS]; vnnl. by fortune ‘door ongelukkig toeval’ [1551; Stall. I, 428], fortune ‘geluk’ [1553; van den Werve], fortuyn ‘geluk, lot’ [1573; Thes.]. Als onzijdig woord ‘bezit, kapitaal’ eerst nnl.: het geringe fortuin, dat hij nog bezat [1838; WNT], hoewel de betekenis ‘bezit’ misschien al schuilt in vnnl. daer hy compt tot fortune van goede ‘als hij het geluk heeft goed(eren) te krijgen, als hij in het (gelukkige) bezit van goed(eren) komt’ [1545; Stall.].
Ontleend aan Frans fortune ‘kans, lot, geluk’ [ca. 1265], dat net als Latijn fortūna, waaraan het is ontleend, oorspr. een metaforische betekenis is van Fortune, resp. Fortūna ‘de godin van het lot’. Deze naam wordt gewoonlijk verbonden met fors (genitief fortis) ‘lot, toeval’, verwant met het Latijnse werkwoord ferre ‘dragen’, zie → baren.
Oorspr. een vrouwelijk woord (de fortuin). De betekenisuitbreiding naar ‘bezit, kapitaal’ is een metaforische, uit ‘geluk’ en ging gepaard met een overgang naar onzijdig woordgeslacht (het fortuin), die beïnvloed zal zijn door dat van de woorden bezit en kapitaal. Een overgangsstadium (zonder lidwoord) kan gezien worden in bijv. een Militair zonder fortuin [1784; WNT] en de uitdrukking fortuin maken [1782; WNT].
De lotsgodin zelf wordt in het Nederlands veelal met haar Latijnse naam aangeduid:Vrouwe Fortuna, maar ook als de Fortuin; in het algemeen wordt zij voorgesteld als een geblinddoekte vrouw die op een rad staat (het Rad van Fortuin).
fortuinlijk bn. ‘voorspoedig, door het lot begunstigd’. Nnl. in Hij is fortuinlijk, in koop en verkoop, op den huis en de markten [1927; WNT koop]. Afleiding met het achtervoegsel → lijk van fortuin. ♦ gefortuneerd bn. ‘rijk, vermogend’. Vnnl. ghefoertuneert ‘door het fortuin begunstigd’ [1514; WNT Aanv.], ‘rijk, vermogend’ [1872; van Dale]. Leenvertaling van Frans fortuné ‘door het fortuin begunstigd’ [1319-40; Rey], ‘rijk, vermogend’ [1787; Rey], zelf weer gevormd op basis van Latijn fortūnātus ‘gelukkig, gezegend’, verl.deelw. van fortunāre ‘gelukkig maken’, afleiding van fortūna. Een Nederlands werkwoord fortuneren heeft niet bestaan, evenmin als een Frans werkwoord fortuner.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fortuin [geluk, vermogen] {fortune [wisselvallige kans, gevaar op zee, de goede kans] 1290} < frans fortune [geluk, vermogen] < latijn fortuna [lot, toeval, geluk of ongeluk, fortuin], van fors (2e nv. fortis) [toeval], verwant met ferre [dragen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fortuin znw. v., mnl. fortûne v. ‘geluk, wisselvallige kans, storm op zee’ < ofra. fortune < lat. fortuna.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

fortuin znw., mnl. fortûne v. “geluk, kans, storm op zee”. Uit ofr. fortune “id.” (< lat. fortûna v.“lot, geluk”).Uit ʼt Fr. ook mhd vortûne v., eng. fortune “toeval, geluk”, in ʼt nieuw-Eng. ook “vermogen” evenals nnl. fortuin o., fr. fortune.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

fortuin o., Mnl. fortune, uit Fr. fortune, van Lat. fortunam (-a), afleid. van den stam van fors = lot, eigenl. wat aangebracht wordt. van denz. wortel als ferre = dragen (z. baren).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fortuin (het kost een --) (vert. van Engels it costs a fortune)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fortuin groot kapitaal 1494 [HWS] <Frans

fortuin lot, geluk 1557 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut