Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

folie - (dun bladmetaal of vellen van kunststof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

folie zn. ‘dun bladmetaal of vellen van kunststof’
Vnnl. folie van goude, folie van silveren ‘dun bladgoud, dun bladzilver’ [1591; WNT Aanv.]; nnl. het speciaal vervaardigde toestel-karton, een soort krijt-karton, folie genaamd [1920; WNT Aanv.], folie ‘bladmetaal’ [1949; WNT Aanv.], ‘kunststof beschermlaag’ [1955; WNT Aanv.]. Eerder ook al in de vorm foelie: mnl. foelge ‘bladgoud’ 1358; Stall. I, 425], foelie, folie ‘dun metaal’ [1477; Teuth.].
Ontleend aan Duits folie ‘dun blad van metaal of ander materiaal’ [16e eeuw; Pfeifer], dat ontleend is aan Laatlatijn folia ‘blad’, oorspr. de meervoudsvorm van klassiek Latijn folium ‘blad’, verwant met → blad. De oudere vorm foelie gaat via het Frans op hetzelfde Latijnse woord, zie → foelie.
In de 20e eeuw kwamen nieuwe materialen en technische toepassingen op en daardoor verdween de oudere betekenis; de technische betekenis van folie (ouder ook foelie) was eerder voornamelijk ‘dunne metaallaag achterop spiegels en edelstenen, aangebracht om de reflectie te vergroten’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

folie, foelie [dun bladmetaal] {foelge, fulge, folie [blad geslagen metaal] 1400-1434} < latijn folium [blad] (vgl. folio) → foelie.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

foelie znw. v., mnl. foelie, foelge < ofra. fueille < lat. fōlium. In een woord als kamperfoelie zeker rechtstr. uit het lat. Ook de klinker van mnl. foelie wijst eerder op geleerde ontlening uit het lat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

foelie: l. “amalgaam v. spieëlrug”; 2. “spesery uit skil van neutmuskaatboom” (spp. Myristica, fam. Myristicaceae); Ndl. foelie (Mnl. foelie/foelge, in albei bet., in tweede bet. by vRieb foeli/foely/(hiperk.) foelje) via Ofr. fueille of regstreeks uit Lat. folium, “blad”; v. ook kanferfoelie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

folie (Latijn folium)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

folie

‘P.V.C.-foliën...’ (De Telegraaf, 9.10.72, p. 16)
‘Zonwerende folie’ (De Telegraaf, 13.10.72, p.8)

Sommige puristen beschouwen folie (‘zeer dun bladmetaal of plastiek’) als een germanisme (D. ‘Folie’) voor ‘foelie’.

Kramers maakt een verschil tussen: folie (‘dun laagje plastic of dun geslagen metaal’) en foelie (‘bladtin, achterbekleedsel van spiegels’). Van Dale en Koenen maken dit verschil niet; ze beschouwen beide woorden als correct Nederlands.

Folie is een vrij jong woord dat men nog niet in alle woordenboeken vindt en dat vooral in de technische reclametaal voorkomt, waar het ‘foelie’ bijna geheel verdrongen heeft.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Folie (Lat. fólium = Gr. φύλλον (phýllon) = blad (van bomen of bloemen)). Blaadje, dun laagje.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

folie ‘bladmetaal’ -> Indonesisch foli ‘bladmetaal; dun plastic verpakkingsmateriaal’; Creools-Portugees (Batavia) foelie ‘bladmetaal’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

folie bladmetaal 1400-1434 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal