Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

flikkeren - (beweeglijk glanzen; gooien, vallen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

flikkeren ww. ‘beweeglijk glanzen; gooien, vallen’
Vnnl. vlickeren ‘beweeglijk glanzen’ in den hemel vlickert al en een van blixemen ‘de hemel flikkert overal van bliksems’ [1545; Servilius], flickeren ‘fladderen, onrustig vliegen’ [1599; Kil.], nnl. ‘krachtig gooien; krachtig vallen’ in ze hadden hem in 't water geflikkerd en 'k ben geflikkerd met mijn fiets [beide 1919; WNT].
Sommigen nemen aan dat flikkeren een contaminatie is van → flakkeren en → blikken. Dit zou dan al in een gemeenschappelijke West-Germaanse taalfase gebeurd moeten zijn, getuige Oudengels flicorian ‘fladderen’ (waaruit Nieuwengels to flicker). Als alternatief kan men de i in flikkeren verklaren uit een West-Germaanse contaminatie van (het voorstadium van) flakkeren en *flinken ‘flikkeren’; zie → flink. De betekenissen ‘gooien, vallen’ zijn ontwikkeld uit ‘onrustig bewegen’.
Mnd. vlicken, vlickeren ‘slaan’.
Lit.: Hoptman 2000; Schönfeld par. 50, opm. 1

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

flikkeren* [onrustig licht afgeven] {1545} vgl. middelnederlands vlikken, klanknabootsend en in zijn ontstaan vergelijkbaar in de eerste plaats met flakkeren, maar ook met woorden als fladderen en flonkeren; vgl. ook flink.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

flikkeren ww., sedert begin 17de eeuw is gemaakt naar flakkeren, met een heldere i, die onder invloed van blikkeren (eerder dan van licht, zo Kruiskamp Ts 62, 1943, 1-13) kan staan. — Daarnaast staat de betekenis ‘smijten, slaan’, waarbij de snelle beweging uit het begrip van het onrustig bewegen van de vlam kan zijn ontstaan. Het gron. heeft flik in de bet. ‘klap, slag’. Klanknabootsend zijn stellig gron. flik-flak-flander en fra. flic-flac (J. H. van Lessen Ts 62, 1943, 106-126).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

flikkeren ww., nog niet bij Kil.; wel fliggheren “fladderen, aan komen draven”; ook ndd. flickern, fri. flikkerje “flikkeren” zijn jonge vormen. Deels onder invloed van de bij blikken en bij flink besproken woordfamilies opgekomen naast flakkeren. Ags echter reeds flicorian “fladderen” (eng. to flicker). Flakkeren, mnl. flackeren “fladderen” = laat-mhd. vlackern (nhd. flackern) “flikkeren”, meng. flaceren “fladderen”, on. flǫkra “omzwerven”, vgl. ook ags. flacor “fladderend”. Hiernaast met g: ohd. flagarôn “fladderen”, on. flǫgra “dwarrelen”. Zonder r-formans: Kil. vlacken “flikkeren”, zwits.-elz. flacken “vlammen”, on. flakka “doelloos rondzwerven”. De oorspr. bet. van deze ww. is “zich onvast bewegen”. De k-vormen worden gebracht bij lat. plango “ik sla, bedrijf rouw” (ook is vergeleken een po. za-plągnąc'się “verdwalen”), de g-vormen bij den wortelvariant plā̆q- in lit. plakù “ik sla, tuchtig”. Een deel der germ. vormen is echter eerst “einzelsprachlich” ontstaan. Voor de bet. vgl. nog gr. plázomai “ik zwerf rond”, en voor meer verwanten zie vlaag. — De hier gegeven etymologie is zeer aannemelijk, er blijven echter duistere betrekkingen: zie bij flink.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

flikkeren. Reeds begin 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

flikkeren ono.w., in alle bet. is ablaut van flakkeren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

flikkeren ‘met kracht vallen’ -> Sranantongo fleker ‘met kracht vallen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

flikkeren* onrustig licht afgeven 1545 [TNTL 90, 1974, 187]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut