Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

flatulentie - (winderigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

flatulentie zn. ‘winderigheid’
Nnl. flatulentie ‘id.’ [1847; Kramers].
Ontleend aan (medisch) Neolatijn flatulentia, afleiding van flatulent ‘winderig’ (waarbij o.a. ook Frans flatulent [1575; Rey], Engels flatulent [1599; OED]), een geleerde afleiding van het verkleinwoord flātulus ‘windje’ van klassiek Latijn flātus ‘windvlaag’, bij flāre ‘blazen, waaien’ (verwant met → blazen).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

flatulentie [gasophoping in buik] {1832} < frans flatulence, van flatulent [gepaard gaand met winden], van latijn flatus (vgl. flatus).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut