Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

flap - (bankbiljet; rand van een boekomslag; vogelsoort)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

flap zn. ‘klap; rand van een boekomslag; bankbiljet’
Vnnl. flap ‘deksel van een drinkkan’ [1660; WNT]; nnl. flap ‘klap, slag’ [1729; WNT], flap ‘omgevouwen rand van een boekomslag’ [1954; WNT Aanv.] (eerder al in flappentekst ‘tekst op de binnenrand van de omslag’ [1953; WNT Aanv.]), flap ‘bankbiljet’ [1984; Reinsma 1984].
Wrsch. is dit oorspr. hetzelfde woord als vnnl. flabbe ‘loshangend voorwerp’, zie → flabberen. Na apocope van de -e en verscherping van auslaut -b werd ook de spelling flap. De betekenis ‘slag, klap’ kan ontstaan zijn naar aanleiding van beweging en geluid van bijv. een dichtslaande flap ‘deksel van een drinkkan’ of een gebruikt wordende flabbe ‘vliegenmepper’ [1599; Kil.].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

flap [bankbiljet] {na 1950, vgl. flepje 1906} mogelijk < rotwelsch Flebbe (vgl. filippie).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

flab znw., flabberen, flappen, fleppen ww., nog niet mnl. Onomatopoëtische woorden; vgl. de interjecties flap, floep. Bij Kil. reeds flabbe (flebbe) “slag in ʼt gezicht, vliegenwaaier, haarlint”, mnd. flabbe, vlabbe, flebbe v. “breede hangmond, kletskous”. Vgl. nog eng. flabby “week, slap”, to flap “slaan”, met i-vocalisme ijsl. flipi m. “paardelip”, on. fleipa, fleipra “leuteren”. Alles jonge onomatop. formaties, misschien deels uit woorden met anderen anlaut vervormd. Vgl. met gelijken anlaut: flansen, flard, flater, fleer, flens, flenter.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

flap, flab verouderd, (zn.) kwibus; < Limb. flap.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3flap s.nw.
Oor- of omgeslaande stuk materiaal.
Onder invloed van flap (1flap) uit verouderde Ndl. flep (van dieselfde oorsprong as flap en flabbe) (ongeveer 1600 in die bet. 'kopdoek van vroue en meisies', 1731 - 1735 in die bet. 'driehoekige lappie wat op die agterkop van 'n kindjie gesit word waarna sy mussie opgesit word').

4flap s.nw.
1. Klap, slag. 2. Klapdeksel van 'n drinkkan.
In bet. 1 uit Ndl., gewestelik nog te Maarsen en in Achterhoek (Geldersch-Overijselsch dialek) in die vorm flap (1895). In bet. 2 uit Ndl. flap (1719), tans nie meer alg., 'drinkkan met klapdeksel asook inhoud' uit 'klapdeksel van 'n drinkkan'. Ndl. flap deur klanknabootsing gevorm.

flappertjie s.nw.
Gebak gemaak van 'n dun beslag wat op 'n warm bakplaat gedrup word.
Afleiding met -er en -tjie van flap, met lg. uit Ndl., gewestelik in die Zaanstreek in die vorm flap 'plat, stroperige koek' (gewoonlik net in die samestelling appelflap).

2flap s.nw.
Groot wewervoëlsoort waarvan die mannetjie in die broeityd swart is met lang swart stertpluime, maar in die winter nes die wyfie gespikkeld en bruin is met 'n kort stert.
Afleiding van flap (1flap), so genoem omdat die mannetjie in die broeityd stadig veral bokant grasvelde vlieg, terwyl hy sy vlerke stadig en wisselvallig klap en sy lang stert gekantel en afgedruk laat rondflap; die mannetjie vlieg ook heen en weer tussen broeiplekke met sy lang stert wat flappend agternastroom.
S.A.Eng. flop (1899). Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1978).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

flap bankbiljet 1954 [Aanv WNT] <Duits

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

flappen tappen, geld uit een flappentap* halen. Slang.

Ook geld uit de muur wordt steeds populairder. Het flappen tappen is het laatste jaar weer met zeven procent toegenomen. (Elsevier, 26/04/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut