Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

flagrant - (overduidelijk (in ongunstige zin))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

flagrant bn. ‘overduidelijk (in ongunstige zin)’
Nnl. flagrant “als brandend, duidelijk in 't oog vallend” [1847; Kramers], in flagranten en opzettelijken strijd met de grondwet [1901; WNT troon].
Ontleend aan Frans flagrant ‘overduidelijk’ [voor 1850; Rey], eerder alleen in de specifieke connotatie met délit ‘delict’ e.d. [voor 1413; Rey] met de juridische betekenis ‘heterdaad’, een connotatie die ook al aanwezig was bij Laatlatijn flagrans (genitief -antis). Klassiek Latijn flagrāns betekent ‘gloeiend, vurig’ en is het teg.deelw. van flagrāre ‘branden’, verwant met → blaken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

flagrant [zonneklaar] {1847} < frans flagrant < latijn flagrantem, 4e nv. van flagrans [brandend, vurig], teg. deelw. van flagrare [branden, gloeien, blaken].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

flagrant zonneklaar 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut