Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

financieel - (geldzaken betreffend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

financiën zn. mv. ‘geldmiddelen; geldzaken’
Mnl. financye ‘geld(lening?)’ [1343-45; MNW], finance maken an ‘geld lenen aan’ [1407-32; MNW], meesters van der fynanciën ‘beheerders van de geldmiddelen’ [1459; MNW]; vnnl. finantie ‘woeker’ [1527; WNT], fynanchen doen ‘geld lenen’ [voor 1533; WNT], ter financien genomen ‘ tot financiering opgenomen’ [1538; Stall. I, 422], financien ‘geldmiddelen’ [1574; Kil.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn finantia of financia ‘belasting’, een afleiding van finare ‘een som geld betalen’ [1234; Rey], eerder ‘tot een goed einde brengen’ [eind 10e eeuw; Rey], een variant van het klassiek-Latijnse fīnīre ‘eindigen, beëindigen’, afgeleid van finis ‘grens, eind’, zie → finale.
De vormen zonder i of y zijn ontleend via de Oudfranse vorm finance [ca. 1280; Rey].
Al sinds de Middeleeuwen komt in het Nederlands vooral het meervoud financiën voor (hoewel Meijer in zijn woordenboeken tot en met 1805 nog steeds een enkelvoudig trefwoord finantie ‘inkomsten, schat’ opneemt), wellicht onder invloed van het Franse meervoud finances, dat sinds 1314 ‘staatsinkomsten’ betekent.
Middeleeuws Latijn finare en/of Oudfrans finir ‘betalen etc.’ zijn ook rechtstreeks ontleend als mnl. fineren, finieren ‘eindigen; geld betalen; geld lenen’.
financieel bn. ‘geldzaken betreffend’. Nnl. finantiëele operatiën ‘geldelijke transacties’ [1797; WNT wiel I]. Afgeleid van financien (met theoretisch enkelvoud financie), naar analogie van andere bn. op -ieel bij zn. op -ie, zoals ceremonie, essentie, materie. Ontlening is niet waarschijnlijk. Het Frans, in de 18e eeuw nog steeds de grootste brontaal voor leenwoorden, heeft als bn. alleen financier.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

financieel
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

financieel ‘geldzaken betreffend; geldelijk’ -> Fries finansjeel ‘geldzaken betreffend; geldelijk’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut