Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

filter - (zeer fijne zeef)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

filter zn. ‘zeer fijne zeef’
Nnl. onder dezen filter ... bevindt zich eene kraan ‘onder deze zeef’ [1851; WNT uittappen]. Eerder alleen als “kunstwoord” in de Latijnse vorm filtrum ‘zeefdoek’ [1663; Meijer].
Ontleend, de moderne vorm via Duits Filter [19e eeuw; Pfeifer] of Frans filtre [1560; Rey], aan middeleeuws Latijn filtrum ‘zeer fijne zeef’ [1235; TLF]. Hiervan wordt meestal aangenomen dat het een door alchemisten verlatijnste Germaanse vorm is, wellicht van een Oudfrankische -es/-os-stam *filtir- bij*filta, zie → vilt. In Latijnse glossen verschijnt ook al filtrum ‘lappendeken’, wat mogelijk op een ouder woord duidt.
Het Vroegnieuwnederlandse bastaardwoord filtrum bleef nog tot in de 19e eeuw (in woordenboeken nog tot bijv. Van Dale 1914) als ‘zeef’ gehandhaafd, naast synoniemen als zijger, klensdoek en leksteen.
Filter is vanaf de 19e eeuw zowel mannelijk als onzijdig.
filtreren ww. ‘zuiveren met een filter’. Vnnl. ten lesten zoo filtreert den ... Spiritum ‘ten slotte moet u de “spiritus” filtreren’ [1623; WNT tingeeren]; nnl. filtreeren, iets doorzygen om het klaar en zuiver te doen worden [1778; WNT klaarmaken]. Via Frans filtrer [1560; Rey] of Duits filtrieren [16e eeuw; Pfeifer] ontleend aan middeleeuws Latijn filtrare ‘id.’, afleiding van filtrum. In de 19e eeuw aangeduid als bastaardwoord [1835; Bomhoff] en vooral als technische term in zwang gekomen; daarnaast bestonden al woorden als klenzen en → zijgen. ♦ filteren ww. ‘zuiveren met een filter’. Nnl. filteren [1970; van Dale]. Jongere, en eerst vooral spreektalige (bijv. in koffie filteren) afleiding van filter, wellicht ook onder invloed van het Engelse werkwoord filter ‘id.’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

filter [zeef] {1862} < frans filtre < middeleeuws latijn filtrum [filtreerdoek van vilt], ontleend aan het germ., vgl. vilt.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

filter o., uit Fr. filtre, verbaalabstr. van filtrer, denom. van Mlat. filtrum, hetwelk uit Germ. : z. vilt. Reeds had filtrum in ’t Fr. feutre gegeven; filtrer = door vilt heen drukken, filtreeren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

filter s.nw.
1. Toestel wat deur deursyging suiwer. 2. Mondstuk van 'n sigaret.
In bet. 1 uit Ndl. filter (1862) 'sif'. In bet. 2 uit Eng. filter (1908).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

filter ‘zeef’ (Frans filtre); ‘mondstuk van sigaret’ (Engels filter)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Filter (= Fr. filtre = M.E. Lat. fíltrum of féltrum, waarschijnlijk van Angelsaksischen oorsprong; Eng. felt = vilt). 1. Stof of toestel geschikt voor doorzijging van een vloeistof; 2. instrument dat van het door vallend licht sommige kleuren absorbeert.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

filter ‘zeef; mondstuk van sigaret’ -> Indonesisch filter ‘zeef; mondstuk van sigaret’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

hoeslaken [soort laken] (1958). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt behalve hoeslaken de volgende nieuwe woorden die zijn ontstaan of ingeburgerd rond 1958: biënnale, branchevervaging, buddy seat, camping, drempelvrees, duster, duwbak, duwboot, duwvaart, faunabeheer, filter, geluidsjager, havenschap, hoela-hoep, mobile, museaal, nabrander, natuurbehoud, natuurtechniek, no-iron, non-fiction, prijsindexcijfer, rattekopje, recessie, spijtoptant, stralingsdosis, stylist, thermofusie, topconferentie, torenflat, videotape, vlieseline, vluchtnabootser en voorsorteren.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

filter zeef 1851 [WNT uittappen] <Frans

filter mondstuk van sigaret 1976 [GVD] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Filter (1959) sigaret met filter in het mondstuk.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut