Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

filologie - (tekstwetenschap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

filologie zn. ‘tekstwetenschap’
Nnl. philologie ‘taalgeleerdheid’ [1824; Weiland], de roem der Nederlandsche philologie op dit gebied ‘taalwetenschap’ [1864; WNT luisterrijk]. Voor de 19e eeuw vrijwel alleen als Latijns/Griekse term philologia bekend, al komt vnnl. philologisch al voor: philologisch ende historische vertoonende wat daer toe te ... doen zy ‘waarin letterkundig en geschiedkundig wordt uiteengezet wat men daarvoor moet doen’ [1680; Ridderus].
Via Latijn philologia ‘wetenschappelijke beoefening der literatuur, liefde voor taal en literatuur’ ontleend aan Grieks philologíā ‘liefde voor geleerde disputen, studie van letteren en kunst’, afgeleid van philólogos ‘graag discussiërend, de letteren bestuderend’, gevormd uit philo- ‘liefhebbend’, zie → -fiel, en lógos ‘woord’, zie → -logie.
De filologie behelsde oorspr. (in het Nederlandse taalgebied vanaf eind 16e eeuw) de studie van taal- en letterkunde van met name het Grieks en het Latijn; later ook de studie van de algehele cultuur van de klassieke Oudheid. Pas in de 19e eeuw worden ook andere talen en culturen bestudeerd, vandaar dat de vernederlandste vorm op -gie in schriftelijke bronnen pas zo laat voorkomt. Het woord moest echter concurreren met de specifiekere begrippen taalwetenschap en literatuurwetenschap en verloor in de 20e eeuw steeds meer betekenisterrein. Het vernauwde zich tot wat men nu ‘algemene taal- en literatuurwetenschap’ noemt; sinds de laatste decennia van de 20e eeuw beperkt de filologie zich tot ‘tekstwetenschap’.
In het Engels betekent philology ‘taalwetenschap’, in het Amerikaans-Engels daarnaast ook nog ‘literatuurwetenschap’.
Lit.: Franciscus Ridderus (1680), Vermakelyken weghwyser na den Hemel: philologisch ende historisch vertoonende wat daer toe te ontvangen, te doen, te lyden, en te vermyden zy, Rotterdam

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

filologie [taal- en letterkunde van een volk] {philologie 1824} < frans philologie < latijn philologia < grieks philologia [aanleg of lust tot geleerde disputen, wetenschappelijke studie van letteren en kunst], van philologos [houdend van spreken of discussie, houdend van literatuur], van philos [vriend van] + logos [woord].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

filologie (Frans philologie)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

filologie ‘taal- en letterkunde van een volk’ -> Indonesisch filologi ‘taal- en letterkunde van een volk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

filologie taal- en letterkunde van een volk 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut