Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

filiaal - (bijkantoor, depotwinkel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

filiaal zn. ‘bijkantoor, depotwinkel’
Nnl. eerst in samenstellingen: de londonsche bank en ... de filial-banken ‘de bijbanken’ [1843; Handelsmag. 147b], filiaal-kerk ‘dochterkerk, bijkerk’ en filiaal-handel ‘bijhandelshuis, dat een koopman op een andere plaats voert’ [1847; Kramers]; filiaal (o.) “eene bij- of ondergeschikte inrichting” [1863; Kramers], de filiale te S. ‘het bijkantoor te S.’ [1888; WNT].
Nederlandse verkorting uit samenstellingen zoals de bovengenoemde. Als samenstelling zijn deze ontleend aan Engels Filial (Chyrch) [1538; OED], filial banks [1843; Handelsmag. 147b], en/of Duits Filialkirche [ca. 1600; Pfeifer] en Filialhandlung, Filialbank [1800-50; Pfeifer], etc. Als simplex bestond ook Engelse Filial, maar uitsluitend als ‘dochterkerk’ en bovendien in de 18e eeuw verouderend. De 19e-eeuwse Engelse samenstellingen zoals filial bank zijn verouderd; de moderne termen zijn branch (office), affiliation bank, etc. Ook het Duitse onzijdige simplex Filial betekende alleen ‘Filialkirche’ [16e eeuw; Pfeifer] en is verouderd. Wel heeft het huidige Duits eind 19e eeuw het vrouwelijke Filiale ‘filiaal(handel), dochteronderneming’ ontleend aan Frans filiale ‘dochteronderneming’ [1844; Rey]). Het Engels, Duits en Frans gaan uiteindelijk terug op de gesubstantiveerde vrouwelijke vorm van het Laatlatijnse bn. filialis, afleiding van klassiek Latijn fīlia ‘dochter’; de betekenis is dus letterlijk ‘dochterlijk’. Wrsch. is het oude Duitse woord nog wel verantwoordelijk voor het Nederlandse onzijdige geslacht van filiaal.
Latijn fīlia is verwant met het werkwoord fēlāre ‘(aan de borst) zuigen’ en Grieks thēlḗ ‘borst’; bij de wortel pie. *dhēh1-(i-) ‘zuigen’ (IEW 241). Hierbij horen ook de afleidingen Latijn fēlīx ‘vruchtbaar; gelukkig’ (vanwaar → feliciteren) en femina ‘vrouw’, letterlijk ‘borstgeefster, voedster’ (zie → feminisme).
Het reeds in 1863 geattesteerde simplex filiaal kan ook heel goed rechtstreeks uit het Frans ontleend zijn, ook gezien de vorm filiale in de attestatie in 1888; in het BN is de meest gebruikelijke vorm nog steeds filiale.
Als bn. kwam filiaal ‘betreffende zoon of dochter’ al voor in het Vroegnieuwnederlands: filiale portie ‘erfdeel dat de kinderen toekomt’ [1657; Stall.].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

filiaal [bijkantoor] {1888} < frans filiale [dochteronderneming], eig. het zelfstandig gebruikt me. lat. bn. filialis, o. filiale [met betrekking tot de relatie tussen moederkerk en dochterkerk], van latijn filia [dochter].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

filiaal znw. o., laat-nl. gemaakt van lat. filiālis ‘in de verhouding van kind tot ouders staande’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

filiaal (de, het), laat-nnl. Evenals laat-nhd. filiale v. eig. “dochter-zaak”, van lat. fîliâlis “kinderlijk, in de verhouding van kind tot de ouders staande”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

filiaal ‘bijkantoor’ -> Indonesisch filial ‘bijkantoor’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

filiaal bijkantoor 1888 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut