Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fiksen - (in orde brengen, regelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fiksen ww. ‘in orde brengen, regelen’
Nnl. fiksen ‘voor elkaar brengen, in orde maken’ [1952; Koenen].
Ontleend aan Amerikaans-Engels fix ‘in orde brengen, regelen’ [18e eeuw; OED], een betekenisuitbreiding bij ‘vastmaken’ [1386; BDE]. Dit werkwoord is of een afleiding van het bn. fix, ontleend aan Latijn fīxus ‘vast, onveranderlijk’, oorspr. het verl.deelw. van fīgere ‘vasthechten’, of het is ontleend aan Frans fixer dat zelf ook teruggaat op het Latijnse bn.; zie → fixeren.
Het woord werd populair vlak na de bevrijding in 1945; omdat het werd beschouwd als spreektaalwoord, werd het in Koenen 1947 en 1949 nog niet opgenomen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fiksen [in orde brengen] {na 1950} < engels to fix (vgl. fiks).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fiksen (Engels to fix)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fiksen in orde brengen 1954 [De Vooys] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut