Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fictief - (verdicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fictie zn. ‘verzinsel, verzonnen voorstelling van zaken’
Vnnl. fictie “een dichtinghe oft versieringhe” [1553; van den Werve], fixie ‘verzonnen verhaal’ [1567; WNT]; nnl. fictie ‘verzonnen voorstelling van zaken’ [1720; WNT Supp. archief].
Al dan niet via Frans fiction ‘verzinsel’ [13e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn fictiō ‘vorm, gedaante, gefingeerde voorstelling’, afleiding van (het supinum fictum van) fingere ‘vormen, veinzen, veranderen’, zie → fingeren.
De oudste betekenis in het Nederlands, die van ‘verzonnen verhaal’, wordt door het WNT in 1919 ongebruikelijk genoemd, maar is in de 20e eeuw door betekenisontlening van Engels fiction opnieuw gebruikelijk geworden als benaming voor die literatuur die verzonnen gebeurtenissen beschrijft; zie ook → sciencefiction.
fictief bn. ‘alleen in de verbeelding bestaand’. Nnl. fictief ‘id.’ in fictieve entrepôts [1822; WNT entrepôt], fictief gecreëerd kapitaal [1833; WNT uitgestrektheid]. Ontleend aan Frans fictif ‘id.’ [1734; Rey], afleiding van fiction.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fictief [verdicht] {1822} < frans fictif, gevormd van latijn fictus [verzonnen], eig. verl. deelw. van fingere (vgl. fictie).

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Fictief (< Fr. fictif; < Lat. fictio = beeld; < fingere = vormen, verzinnen.) Wat slechts het resultaat van verbeelding is. Vb. fictieve krachten (in het beginsel van d’Alembert (1717–1783)).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fictief ‘verdicht’ -> Indonesisch fiktif ‘verdicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fictief verdicht 1822 [WNT publiek I] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut