Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fiche - (speelpenning; kaart in een archiefsysteem)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fiche zn. ‘speelpenning; kaart in een archiefsysteem’
Nnl. fiche ‘speelpenning’ [1735; WNT]; in het verleden ook wel volksetymologisch geassocieerd met vis, zoals wrsch. blijkt uit de vorm viesje [1781; WNT] en zeker uit ontvangt de winner van elk een der tegenspelers 4 vischjes [1866; Rijnhart quadrille]. Nnl. fiche ‘archiefkaart’ [1919; WNT].
Ontleend aan Frans fiche ‘speelpenning’ [1675; Rey], in het Frans slechts een van de betekenissen, uit oorspr. ‘stekel, doorn (om iets vast te zetten of te markeren)’, afleiding van ficher in de oude betekenis ‘doorboren’; ficher, ouder fichier [ca. 1120; Rey] is ontwikkeld uit vulgair Latijn *ficcare < *figicare < klassiek Latijn fīgere ‘inslaan, indrijven, doorboren, vasthechten’, zie → fixeren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fiche [speelmerkje, kaart uit kaartsysteem] {1735} < frans fiche [pin, spie, speelmerkje, kaartje voor aantekeningen], van ficher [insteken, voegen, vestigen] via vulgair latijn ∗figicare, ∗ficcare, teruggaand op latijn figere [vasthechten] (vgl. fixeren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fiche znw. o. v. (over ne. fish?) < fra. fiche ‘staafje als betaalmiddel in het spel gebruikt’, eig. ‘heiblok, kenteken’, gevormd van ficher ‘inheien, vastmaken’ < vulg.-lat. *figicāre gevormd van lat. figere. — De gelijkheid van ne. fish met fish ‘vis’, leidde er toe, dat men vaak ivoren plaatjes in de vorm van een vis gebruikte.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

fiche znw. o. Nnl., misschien via eng. fish, uit fr. fiche o.a. “staafje als betaalmiddel en in ʼt spel gebruikt”, znw. van ficher (uit vulgairlat. *fîgicâre) gevormd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vischje o. (speelmark), uit Fr. fiche = iets om vast te steken, verbaalabstr. van ficher, Lat. *figicare, van figere (z. fiks).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fiche (Frans fiche)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fiche speelmerkje, kaart uit kaartsysteem 1735 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut