Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

februari - (tweede maand van het jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

februari zn. ‘tweede maand van het jaar’
Mnl. in laumaent of in febriere ‘in januari of februari’ [1287; CG II, Nat.Bl.D].
Ontleend aan de Latijnse maandnaam februārius, een gesubstantiveerd bn. uit mēnsis februārius ‘reinigingsmaand’ en afgeleid van het bn. februus ‘reinigend (in religieuze zin)’ en/of het zn. februa ‘reiniging(smiddelen)’. De verdere herkomst van deze woorden is niet erg duidelijk; er is wellicht verband met Latijn febris ‘koorts’, bij fovēre ‘warmen’, verwant met → dag.
Reeds de Babyloniërs hadden een jaar van twaalf maanden, waaraan zij nu en dan een dertiende toevoegden om de kalender gelijk te houden met de seizoenen. Bij de Romeinen telde het jaar oorspronkelijk tien maanden, januari en februari ontbraken (vandaar nog de Latijnse telwoorden voor zeven tot en met tien in de maandnamen vanaf de huidige negende maand → september). Het jaar werd gevolgd door een onbenoemde winterperiode. In de 7e eeuw v. Chr. werd deze periode toebedeeld aan de maandnamen januari en februari. Februari was als laatste maand het moment dat eventuele schrikkeldagen aan het jaar werden toegevoegd (ingevoerd onder het bewind van Julius Caesar (60-44 v. Chr.)); het was ook de tijd voor de eindejaarsreinigingsoffers, waarop de Latijnse maandnaam dus berust. Zo schreef Augustinus: sacrum purgatorium, quod vocant Febru(u)m, unde mensis nomen accepit ‘de heilige reiniging, die ze Febru(u)m noemen, waaraan de maand zijn naam dankt’ (De civitate dei 7, 7).
In het Vroegnieuwnederlands was de gewone vorm Februario, dat meestal voorkwam in de verbogen vormen Februarii (Februarij, February) en Februario, dus op Latijnse wijze. Voor de Nederlandse ontwikkeling tot februari, zie → januari.
In het Nederlands bestond een oudere naam: sprokkelmaand, een naam die via metathese (sprokkel < sporkel) en volksetymologische associatie met → sprokkelen teruggaat op Latijn spurcālia, een aanduiding voor de feesten die in die maand werden gevierd, van spurcus ‘onzedelijk, smerig’. De kerk noemde de maand zo vanwege de onzedelijke feesten die erin vielen. Een oude attestatie is te vinden in mnl. Svriendaghes vor vastenauont. jn sporcle ‘op vrijdag voor vastenavond in februari (12 februari 1284)’ [1284; CG I, 310]. Later werd onder invloed van de Latijnse kanselarijstijl februari steeds gebruikelijker. Het Fries heeft in febrewaris de Latijnse uitgang nog bewaard.
Lit.: Frings 1966, 108-113

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

februari [tweede maand] {febrier(e) 1287, februario 1376} < latijn (mensis) Februarius, mensis [maand], Februarius [van het reinigingsfeest], van februum [riem van geitenvel (waarmee vrouwen tijdens het feest van de Lupercalia (15 febr) geslagen werden om hen vruchtbaar te maken), reinigingsmiddel] o. mv. februa [reinigingsfeest]; februari ontbrak oorspronkelijk, evenals januari; na de overgang op een indeling van het jaar in 12 i.p.v. 10 maanden gold februari aanvankelijk als de laatste maand van het jaar; vandaar reinigingsmaand en schrikkelmaand → januari, sprokkelmaand.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

februari znw. m. < lat. februārius eig. ‘reinigingsmaand’ van februāre ‘reinigen’. Oorspronkelijk was dit de laatste maand van het Romeinse jaar en vandaar hadden er reinigingsoffers plaats. — In het nnl. heet de maand ook: sprokkelmaand.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

juli znw. Oorspr. gen. enk. van lat. Jûlius, evenzoo Januari, Juni, Februari van Jânuârius, Jûnius, Februârius. NB. In data staat de maandnaam in ’t Lat. in den gen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Februari m., uit Lat. id., staande voor februarii, genit. van februarius = maand der februa = boetfeest op den 15 der maand, onz. meerv. van februus = zuiverend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

fibberwarie (zn.) februari; < Latien (mensis) Februarius.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

Februarie s.nw.
Tweede maand van die jaar.
Uit Ndl. Februari (Mnl. febriere).
Ndl. Februari uit Latyn (mensis) Februaris '(maand) van die reinigingsfees', met lg. van februa 'reinigingsfees' van februare 'reinig'. In antieke Rome was Februarie die laaste maand van die jaar waartydens 'n godsdienstige reinigingsfees plaasgevind het.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

februari (Latijn (mensis) Februarius)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Februari, van ’t Lat. Februarius, en dit van februa (= boetefeest der zuivering), van februus = zuiverend. Het woord bet. dus: maand der zuiveringsfeesten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

februari ‘tweede maand’ -> Indonesisch Fébruari, Pébruari ‘tweede maand’; Boeginees peberuâri ‘tweede maand’; Madoerees pebbruwari ‘tweede maand’; Makassaars peberiwâri ‘tweede maand’; Minangkabaus pebruari ‘tweede maand’; Nias feberuari ‘tweede maand’; Soendanees Pebĕrwari ‘tweede maand’; Singalees pebaravāri ‘tweede maand’; Negerhollands februarie ‘tweede maand’; Papiaments febrüari ‘tweede maand’; Sranantongo februari ‘tweede maand’; Tiriyó feburari ‘tweede maand’; Sarnami febrewári ‘tweede maand’; Surinaams-Javaans Fébruari, Pébruari ‘tweede maand’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

februari tweede maand 1376 [Claes] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal