Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fauna - ((overzicht in boekvorm van) het dierenrijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fauna zn. ‘(overzicht in boekvorm van) het dierenrijk’
Nnl. eene zoogenaamde Fauna ‘boek dat het dierenrijk beschrijft’ [1822; WNT Aanv.], voorwerpen der Nederlandsche Fauna ‘Nederlandse diersoorten’ [1825; WNT wegwijzer].
Ontleend aan Latijn fauna ‘dierenwereld’, genoemd naar Fauna, de Romeinse godin van de vruchtbaarheid, een zuster of dochter van Faunus, zie → faun.
De naam Fauna voor een boek dat het dierenrijk beschrijft, werd voor het eerst door de Zweedse bioloog Linnaeus (1707-1778) gebruikt in zijn (Latijnse titel) Fauna Suecica ‘De Zweedse dierenwereld’ (1746), dat hij uitgaf na zijn Flora Suecica (1745), zie ook → flora.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fauna [dierenwereld] {1832} genoemd naar Fauna, de Romeinse godin van de vruchtbaarheid, zuster van Faunus (vgl. faun).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fauna dierenwereld 1822 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal