Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fashion - (mode)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fatsoen zn. ‘model; goede manieren’
Mnl. fachoen ‘uiterlijke vorm’ [1401-45; MNW], fatchoen ‘id.’ [1444; MNW], van den houte ende faetsoene ... ‘van het hout en het maaksel ...’ [1456-57; Gail.Brugge V, 381], over tfaetsoen van zekeren openen letteren ‘over de schrijfwijze, de vormgeving, van bepaalde open letters’ [1457-58; Gail.Brugge 476], fatsoen ‘vorm, model’ [1477; Teuth.]. De voornaamste huidige betekenis verschijnt pas later: faetsoen ‘manier van doen, handelwijze’ [1470-90; MNW-R].
Ontleend aan Frans façon ‘uiterlijk kenmerk’ [ca. 1121; Rey], ‘manier van doen’ [1276; Rey], dat is ontwikkeld uit Latijn factiō (genitief factiōnis) ‘het doen, wijze van doen’, nomen actionis van facere ‘doen’, verwant met → doen, en zie ook → feit.
De vormen met -(t)ch-, -ts- zijn uit de Picardische uitspraak /tš/ te verklaren. Frans -ch- wordt in de Vlaamse dialecten -s-, Picardische -tch- wordt -ts-.
In de oude Franse betekenis ‘uiterlijke vorm’ is het woord met Normandische uitspraak door het Engels ontleend, waar het zich ontwikkelde tot het huidige fashion, zie hieronder.
fashion zn. ‘mode’ Nnl. fashion ‘dracht, mode, levenswijze’ [1847; Kramers]. Ontleend aan Engels fashion ‘id.’ [1568; OED], eerder o.a. ‘uiterlijk kenmerk’ [ca. 1300; OED], zelf ontleend aan Oudfrans façon ‘id.’, hetzelfde woord waaraan ook fatsoen is ontleend; in het Oudnormandisch werd dit uitgesproken met -sj-.♦ fatsoeneren ww. ‘een goede vorm geven’. Mnl. faetsoenneren ‘vormen, maken’ [1494; MNHWS]. Afgeleid van fatsoen naar het model van Frans façonner [1175; Rey].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fashion [mode] {1847} < engels fashion < frans façon [manier] (vgl. fatsoen).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

fashion zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = mode. Hij een toegewijd volger van de mode.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fashion mode 1847 [KKU] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

fashion victim (← Eng.), iemand die geobsedeerd is door mode en alle trends nauwlettend en tot in het ridicule volgt; modeslaaf. Dit pejoratieve woord werd in 1983 gelanceerd door Women’s Wear, de bijbel van de internationale modeverkopers. In de jaren negentig ook bij ons doorgedrongen.

Je kijkt eens in de klerenkast, vergelijkt de inhoud met de foto’s in de bladen; op het eerste oog voldoen de kleren aan de eisen van de allerlaatste mode. Bij nadere inspectie, en als ‘fashion victim’ let je nu op de details, zie je dat het niet zo is. (Elsevier, 02/11/96)
Alternativo’s hebben veel te sterk aangezette, hard makende, zwarte lijnen om de ogen, Albert Cuypmeisjes omringen hun vleeskleurig geverfde lippen met donkerbruin, en ‘fashion victims’ zijn deze zomer massaal aan de hevig glimmende maquillage. (HP/De Tijd, 04/07/97)
Weliswaar was een Pravda-rugzakje begin jaren negentig een van de meest geliefde accessoires onder ‘fashion victims’, maar het Pravda-logo was indertijd erg bescheiden aangebracht en nog niet erg bekend en de tassen waren allemaal nog van ‘understated’ nylon. (HP/De Tijd, 03/10/97)
Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fashion (Engels fashion)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal