Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fantastisch - (onwerkelijk; prachtig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fantastisch bn. ‘onwerkelijk; prachtig’
Vnnl. fantastijk ‘op verbeelding berustend’ [1532; WNT verwarring]; nnl. phantastisch ‘met rijke verbeelding’ in de schrijver (is) wel wat phantastisch hier en daar [1844; WNT Germaans I], fantastisch ‘onwerkelijk, niet bestaand’ in uw fantastisch hemelpoortje [1860; WNT], ‘onwerkelijk, vreemd, onverwacht’ in allerlei fantastisch uitspringende hoeken en balken [1866; WNT uitspringen], ‘onwerkelijk, betoverend (mooi)’ in zeer fantastisch zijn de Jenolangrotten in Nieuw Zuid Wales [1916; WNT tooveren], ‘geweldig, uitstekend’ in hun fantastisch prachtig Marionetten-theater [1921; WNT Aanv. marionet], een fantastisch mens [1946; WNT Aanv. illustrator].
Via Frans fantastique ‘op verbeelding berustend’ [midden 14e eeuw; Rey], ‘prachtig, geweldig’ [1833; Rey], en Latijn phantasticus ontleend aan Grieks phantastikós bij phantazesthai ‘zich verbeelden’, afleiding van phaínein, zie → fantasie. Later met het achtervoegsel → -isch onder Duitse invloed of naar analogie van de vele andere Nederlandse woorden op -isch die in de plaats kwamen van ouder -iek. Het gebruik als superlatief ‘prachtig, geweldig’ is in het Nederlands pas 20e-eeuws en wellicht in navolging van dezelfde ontwikkeling in het Engels [1938; OED] en het Frans.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fantastisch [niet werkelijk, onwerkelijk goed e.d.] {phantastisch 1824} < frans fantastique < latijn phantasticus [ingebeeld, fantastisch] < grieks phantastikos [van het zich voorstellingen maken, daarvoor geschikt], van phantasia (vgl. fantasie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

fantasties b.nw.
1. Berustend op fantasie, denkbeeldig. 2. Buitengewoon wonderlik, ongelooflik.
In bet. 1 uit Ndl. fantastisch (1824). In bet. 2 uit Eng. fantastic (1938).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fantastisch ‘niet werkelijk, onwerkelijk goed e.d.’ -> Indonesisch fantastis ‘niet werkelijk, onwerkelijk goed e.d.’; Petjoh fantasties ‘formidabel, geweldig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fantastisch niet werkelijk, onwerkelijk goed e.d. 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut