Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fanfare - (koperensemble; muziekstuk voor koperensemble)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fanfare zn. ‘koperensemble; muziekstuk voor koperensemble’
Vnnl. fanfare ‘omhaal, opvallend vertoon’ [1635; WNT], ‘luidruchtig trompetgeschal’ in haer geroep, geschiet en fanfares [1670; WNT] en de Fanfares der Trompetten [1698; WNT trompet]; nnl. ‘muziekstuk voor koperensemble’ [1840; WNT Supp. aria], ‘koperensemble’ [1897; Woordenschat].
Ontleend aan Frans fanfare ‘(luidruchtige) opschepperij’ [1532; Rey], ‘luidruchtige uiting van een gevoel’ [1587; Rey], vanwaar later ‘luidruchtig trompetgeschal’ en ‘muziek voor koperensemble’. Het Franse woord is gerelateerd aan Spaans fanfa ‘opschepper’, nu onbestaand en in het verleden zeldzaam, en beter gerepresenteerd in (met vergrotend achtervoegsel) fanfarrón ‘opschepper’ [1555; Corominas], eerder panfarrón ‘id.’ [1514; Corominas] (ongetwijfeld slechts een onomatopoëtische variant), Portugees fanfa ‘opschepper’, fanfar ‘opscheppen’ [vanaf ca. 1537; Corominas], Frans fanfaron ‘opschepper’. Volgens Corominas is de stam fanfa een Castiliaanse expressieve vorming die vanuit die taal in de meeste Romaanse talen is overgenomen, en die niets te maken heeft met Arabisch farfār ‘babbelziek, lichtzinnig’ of farfar ‘heen en weer bewegen’ of anfār, meervoud van nafīr ‘trompetgeschal voor een oorlog’, zoals dikwijls verondersteld wordt.
In het Frans is fanfare dus van betekenis veranderd naar ‘trompetgeschal’ en in die betekenis overgenomen door andere talen, bijv. ook Engels fanfare en Duits Fanfare. In de hieruit geëvolueerde betekenis ‘muziek voor koperblazers’ is het woord minder verbreid; in het Engels bestaat overigens wel de betekenis ‘kort huldeblijk door koperblazers’. De jongste, maar tegenwoordig voornaamste betekenis ‘koperensemble’ is (alleen in het Nederlands) metonymisch ontstaan of door verkorting van samenstellingen als fanfare-corps [1895; Woordenschat].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fanfare [muziekstuk voor koper] {1655 als ‘muziekstuk’; ‘muziekstuk voor koper’ 1670} < frans fanfare [trompetgeschal, fanfarekorps, lawaai, ophef], van fanfarer [op de trompet blazen], van fanfaron [opschepper], ouder fafaron, vermoedelijk < arabisch farfār [lichtzinnig, kletserig, onbesuisd].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

famfaar (zn.) koperensemble; Nuinederlands fanfare <1897> < Frans fanfare.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

fanfare s.nw.
1. Lewendige musiekstuk uitgevoer deur koperblaasinstrumente. 2. Groot ophef. 3. Groot woorde, gewoonlik sonder veel betekenis.
Uit Ndl. fanfare (1655 in bet. 1 en 2, 1879 in bet. 3).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fanfare (Frans fanfare)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fanfare muziekstuk voor koper 1655 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut