Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

falanx - (soort slagorde; dichte menigte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

falanx zn. ‘soort slagorde; dichte menigte’
Vnnl. ‘slagorde, opgestelde menigte krijgers’ in den Phalanx wijdt gesprejdt van Alexander koen ‘de brede slagorde van krijgers van de dappere Alexander’ [1615; WNT voortsdoen]; nnl. phalanx ‘soort slagorde’ [1824; Weiland], ‘dichte menigte’ in de falanks van naar huis keerende menschen [1889; WNT stof II].
Via Latijn phalanx ‘soort slagorde’ ontleend aan Grieks phálanx ‘slagorde’, een betekenis die vaker en eerder is geattesteerd dan de betekenis ‘boomstam, balk’, maar wrsch. toch overdrachtelijk daaruit is ontwikkeld. Grieks phálanx gaat terug op een pre-Grieks substraatwoord.
De benaming falanx als militaire term berust (uit ouder ‘stam, balk’) misschien op de compactheid of op het “voortrollende, golvende” karakter van zo'n schare soldaten in de aanval, als een rollende boomstam. De falanx werd geperfectioneerd door de Macedoniërs; kenmerkend was de zeer dichte opeenstelling van soldaten in de flank van een min of meer vierkante slagorde. De uitbreiding naar algemener ‘militaire troepenconcentratie’ en ‘dichte menigte mensen’ stamt uit de moderne talen.
In het medisch Neolatijn (en vandaaruit ook in sommige andere moderne talen, Frans phalange en Engels phalanx) en ook in het Nederlands wordt nog een andere betekenis gebruikt, die al in het Grieks van Aristoteles bij phálanx aanwezig was, namelijk die van ‘kootje (van vinger of teen)’: de middelste phalanx ‘het middelste kootje’ [1924; WNT Aanv. chiasma].
Falange (< phalanx) was tot 1967 de naam van de Spaanse nationale beweging, de eenheidspartij van het Franco-regime; de Falange Española, letterlijk ‘Spaanse slagorde’, was de naam van de in 1933 opgerichte fascistische partij, die in de burgeroorlog samensmolt met de Carlisten; de aanhangers heetten falangisten.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

falanx [slagorde] {1824} < latijn phalanx [slagorde, slaglinie] < grieks phalagx [balk, ronde stam, wals, voortrollende aanvalsgolf, slagorde].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

falanx slagorde 1824 [WEI] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut