Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

fair - (eerlijk, sportief)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

fair bn. ‘eerlijk, sportief’
Nnl. niet fair ‘niet helemaal eerlijk’ [1837; WNT Aanv.], fair ‘sportief’ [1914; WNT Aanv.]. Ook in de specifieke combinatie fair play ‘eerlijk spel’ [1866; WNT ronduit II] met play ‘spel’, verwant met → plegen.
Ontleend aan Engels fair ‘mooi, eerlijk’, ontwikkeld uit Oudengels fæger ‘mooi, aangenaam’. In het Nederlands is dit oude Germaanse woord alleen overgeleverd in de Oudnederlandse plaatsnaam Uagara uelda (datief) ‘mooi veld’ [918-48, kopie eind 11e eeuw; Künzel]. Het is verwant met het werkwoord → vegen.
Verwante woorden in de overige Germaanse talen zijn: os. fagar ‘mooi’; ohd. fagar ‘mooi’; on. fagar ‘mooi’ (nzw. fager); got. fagr-s ‘geschikt’; < pgm. *fagra-. Vgl. ook de naam van de Noorse koning Harald Hárfagri ‘Harald Schoonhaar’ (10e eeuw); dezelfde betekenis ook in de Engelse familienaam Fairfax.
De eerste attestaties in het Nederlands staan vooral in de combinatie niet fair, dus wellicht als eufemistisch gebruik in plaats van oneerlijk. De term werd vanaf de tweede helft van de 19e eeuw vooral populair in de sporttaal.
Lit.: EWgP, 181-182

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

fair [eerlijk] {1887, fair play 1866} < engels fair < oudengels fæger, oudnoors fagr [mooi], gotisch fagrs [passend], verwant met vegen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

fair bnw., een typisch sportwoord < ne. fair eig. ‘blond, mooi’ vgl. oe. fæger, got. fagrs ‘passend’. — Zie verder: vagen).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† fair bijw. bnw. Jonge ontlening uit eng. fair, die van de sporttaal uitgegaan is: vgl. De Vooys N.T. 8, 174.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

fair (Engels fair)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

fair ‘eerlijk’ -> Kupang-Maleis fer ‘eerlijk, sportief’.

fair ‘jaarmarkt, jaarbeurs’ -> Indonesisch pér ‘jaarmarkt, kermis, jaarbeurs’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

fair eerlijk 1887 [WNT unfair] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut