Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

faam - (reputatie; roem)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

faam zn. ‘reputatie; roem’
Mnl. fame ‘reputatie, goede naam’ [1250; CG II, Trist.], ‘gerucht’ in datte fame van daer mocht comen, dat ment vername ‘dat het gerucht van daar mocht komen, dat men het zou vernemen’ [1276-1300; CG II, Kerst.] en dat in de maent van Aprille een groete fame ginc ‘dat in de maand april een sterk gerucht rondging’ [1401; Stall.], ‘reputatie’ in van goeder famen [ca. 1400; MNW], so moste sijn faem ewich duren ‘zo moest zijn roem eeuwig duren’ [1481; MNW geboortich].
Ontleend aan Oudfrans fame ‘publieke opinie, gerucht, goede (en kwade) naam’ [1160; Rey] (Nieuwfrans alleen nog in afleidingen, bijv. famé ‘befaamd’), uit Latijn fāma ‘id.’ bij het werkwoord fāri ‘verkondigen, spreken’, verwant met o.a. pgm. *bannan- ‘gebieden’, zie → ban.
Fama was in de Romeinse mythologie de godin die, als personificatie van het gerucht en de sage, belangrijke feiten en heldendaden uitbazuinde.
Een afleiding leverde het leenwoord → fameus. Gebaseerd op dezelfde Latijnse stam fā- zijn bovendien bijv.fataal, → fata morgana en → fee. Verwant is misschien ook → fascineren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

faam [reputatie, roem] {fame 1250} < frans fame [idem] < latijn fama [gerucht, (goede of slechte) naam, reputatie, roem], verwant met fari [spreken, verkondigen], fateri [bekennen] (vgl. confessie) en met ban1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

faam znw. v., mnl. fāme, al dan niet over fra. fame < lat. fāma ‘gerucht, faam’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

faam znw., mnl. fâme v. Uit. lat. fâma “gerucht, faam”. Misschien via ofr. fame “id.”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

faam v., Mnl. fame, uit Ofra. fame (van waar fameux), van Lat. famam (-a) afgel. van denz. wortel als fari = spreken + Skr. bhanati, Gr. phḗmi, Germ. ban (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

faom verouderd, (zn.) faam, reputatie; Vreugmiddelnederlands fame <1250> < Frans fame.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

faam s.nw.
Vermaardheid, roem.
Uit Ndl. faam (Mnl. fame, faem).
Ndl. faam uit Fr. fame uit Latyn fama 'gerug, openbare mening, goeie naam, slegte reputasie', verwant aan fateri 'beken'.
Die Faam was die bode van Zeus (Jupiter), die godin wat die dade van die helde en allerlei gerugte aan die mense verkondig het en derhalwe met 'n trompet afgebeeld word.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

faam (Latijn fama)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Faam, roem, vermaardheid, bekendheid; mnl. fame, door ofr. fame van lat. fama, en dit van een ww. fare = spreken, dat wij terugvinden in het fra. enfant met ontkennend en (in), dus een nog niet sprekend wezen; spa. infante (prins, evenals ons kind vroeger de bet. van “vorstenkind, prins” had).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

faam ‘reputatie, roem’ -> Sranantongo fan ‘reputatie, roem’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

faam reputatie, roem 1250 [CG II1 Trist.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut