Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

extravagant - (buitensporig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

extravagant bn. ‘buitensporig’
Vnnl. extravagant ‘buitensporig’ [1650; Hofman], ‘buitensporig, uitbundig’ [1654; Meijer]; nnl. ‘met afwijkende opvattingen’ [1710; WNT Aanv.]. Eerder als zn. extravagant ‘buitenissigheid’ [1622; Stall.].
Ontleend aan Frans extravagant, oorspr. ‘wat niet in de verzameling canonieke geschriften opgenomen is’ [extravacant 1374; Rey], ‘uitermate’ [ca. 1380; Rey], ‘bizar’ [16e eeuw; Rey] < christelijk Latijn extravagans ‘niet opgenomen in de verzameling pauselijke besluiten’, gevormd uit Latijn extrā- ‘buiten-’ en vagāns, teg.deelw. van vagārī ‘dwalen, zwerven’, zie → vagant, → vagebond.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

extravagant [buitensporig] {1650} < frans extravagant < middeleeuws latijn extravagantem, 4e nv. van extravagans, teg. deelw. van extravagari [buiten de perken zwerven], van extra [buiten] + vagari [rondzwerven, afdwalen], van vagus [zwervend] (vgl. vaag3).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

extravagant buitensporig 1650 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut