Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

expres - (zeer snelle trein)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

expres 2 zn. ‘sneltrein’
Nnl. exprestrein [1864; WNT express].
Ontleend aan Engels express train ‘snelle trein’ [19e eeuw], bij Engels express ‘nadrukkelijk’ en dan ook ‘speciaal gemaakt, met een bepaalde bedoeling gestuurd’ en dan ‘snel werkend, snel’, dat teruggaat op Frans exprès, zie → expres 1.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† expres(-trein) znw., naar eng. express(-train). Beide ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1ekspres s.nw.
Sneltrein.
Uit Eng. express (1842) 'vinnige trein, bus of ander vervoermiddel wat nie op pad stilhou nie'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

expres(trein) zeer snelle trein 1864 [WNT express] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut