Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

exporteren - (uitvoeren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

exporteren zn. ‘uitvoeren’
Nnl. exporteren ‘naar buiten dragen’ [1577; Werve], exporteeren ‘uitdragen, naar buiten uitvoeren’ [1805; Meijer].
Al dan niet via Frans exporter ‘naar buiten dragen’ [begin 16e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn exportāre ‘wegbrengen, uitvoeren’, gevormd uit → ex- en portāre ‘dragen, vervoeren’, zie → port.
De handelsbetekenis ‘uitvoeren van goederen naar het buitenland’ is overgenomen uit het Engels, dat het werkwoord export al in 1665 [OED] in die betekenis heeft; het Frans pas in 1756 [Rey].
export zn. ‘uitvoer’. Nnl. export ‘uitvoer’ [1824; Weiland], exporten (mv.) ‘waren die naar het buitenland worden gevoerd’ [1824; Weiland]. Terugvorming uit exporteren, wellicht onder invloed van Engels export ‘uitvoer’, abstractum bij het werkwoord export. Export verving een ouder zn. exportatie [1658; Meijer], ontleend aan Engels exportation, een afleiding bij export. ♦ exporteur zn. ‘uitvoerder’. Nnl. exporteur, exportateur ‘id.’ [1912; Kramers]. Uit Engels exporter ‘uitvoerder’ [17e eeuw], een afleiding van export; het achtervoegsel werd aangepast aan andere woordparen met -eren naast -eur.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

exporteren [uitvoeren] {1808} < frans exporter [idem] < latijn exportare [uitdragen, wegvoeren], van ex [uit] + portare [dragen, vervoeren, brengen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

exporteren ‘uitvoeren’ (Frans exporter)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

slash [voegwoord] (1999). In 1999 publiceert Riemer Reinsma (1941) Neologismen, over recent ontstane nieuwe betekenissen van bestaande woorden. Een voorbeeld is slash met als betekenis ‘nevenschikkend voegwoord: of’: ‘Dat komt in 1999 slash 2000.’ Andere voorbeelden zijn activeren (‘een computerprogramma actief maken’), banco (‘vijftig gulden’), enteren (‘de enterknop indrukken’) en exporteren (‘uitvoeren van computergegevens’).

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

exporteren uitvoeren 1808 [WNT partij] <Frans

exporteren uitvoeren van computergegevens 1999 [R99] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut