Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

exponent - (getal dat aanwijst uit hoeveel gelijke factoren een product bestaat)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

exponent [machtsaanwijzer, kenmerkend vertegenwoordiger] {1740 als wiskundige term; de betekenis ‘vertegenwoordiger’ 1926-1950} < latijn exponens (2e nv. exponentis), teg. deelw. van exponere [ten toon stellen, uiteenzetten, beschrijven], van ex [uit] + ponere [zetten, leggen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

exponent ‘getal dat aanwijst uit hoeveel gelijke factoren een product bestaat’ (Latijn exponens); ‘kenmerkend vertegenwoordiger' (Engels exponent)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Exponent (< Lat. exponens; part. praes. van exponere = ten toon stellen). Als symbool in de schrijfwijze van machten voor het eerst optredend bij Chuquet (1484), gebruikt en benoemd door Stifel (1486/87–1567).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

exponent ‘kenmerkend vertegenwoordiger’ -> Indonesisch éksponén ‘kenmerkend vertegenwoordiger’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

exponent getal dat aanwijst uit hoeveel gelijke factoren een product bestaat 1740 [WNT proportie] <Latijn

exponent kenmerkend vertegenwoordiger 1950 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut