Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

expliciet - (uitdrukkelijk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

expliciet [uitdrukkelijk] {explicite 1669} < frans explicite of direct < latijn explicitus [duidelijk, uitdrukkelijk], van explicare (verl. deelw. explicatum en explicitum) (vgl. expliceren).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

expliciet ‘niets te raden overlatend’ (Engels explicit); ‘uitdrukkelijk’ (Frans explicite)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Expliciet (< Lat. explicitus = explicatus; part. perf. van explicare = ontvouwen; met adv. explicite). Math. als adj. in: expliciete functie; als adv. in: y is expliciet gegeven als functie van x.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

expliciet ‘uitdrukkelijk’ -> Indonesisch éksplisit ‘uitdrukkelijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

expliciet uitdrukkelijk 1669 [MEY] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut