Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

evenaren - (opwegen tegen, gelijkwaardig zijn met)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

evenaren ww. ‘opwegen tegen, gelijkwaardig zijn met’
Nnl. evenaaren ‘evenmaken, verevenen’ [1669; Meijer].
Ontstaan uit nnl. evenen, effenen ‘gelijk maken’, afgeleid van → effen. Het achtervoegsel -aren is secundair ontstaan door volksetymologische associatie met → evenaar.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

evenaren [gelijkwaardig zijn] {ca. 1710} van middelnederlands evenaer [balans, weegschaal] (vgl. evenaar).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

evenaren ww., eerst sedert Kiliaen, ouder-nnl. ook in de betekenis ‘afwegen, opwegen’ is afgeleid van evenaar. De vorm evenaarden, waarvan FW 161 wilde uitgaan is met v. Haeringen, Suppl. 47 als een soort volksetymologie te beschouwen, vooral omdat er reeds het bnw. evenaardig bestond.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

evenaren ww., nog niet bij Kil. Noch van evenaar afgeleid, noch van even + naar (= nader: dus “juist nabij komen”). Eer is de vorm even-aarden de oudere; wellicht is dat ww. gevormd bij ʼt oudere bnw. evenaardig (naar nhd. gleich-artig?), een formatie als Kil. even-tijdigh “contemporaneus”, nnl. evenredig (nog niet bij Kil.) enz.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

evenáren. Het bestaan van een ouder-nnl. évenaren, van evenaar afgeleid, is wegens de bet. ‘wegen, af-, opwegen’ niet te ontkennen. Daar de tegenwoordige bet. van evenáren hieruit behoorlijk is te verklaren, is het beter dit niet hiervan te scheiden; evenaarden is dan een jongere etymologiserende vorm, eventueel onder invloed van het bnw. evenaardig opgekomen. De accentverschuiving zal meegewerkt hebben tot de isolering van het grondwoord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

evenaren o.w., misschien uit evenaarden, maar evenaar van evenen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

evenaren gelijkwaardig zijn 1710 [WNT wierook]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut