Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

evangelist - (schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

evangelist [schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie] {1201-1250} < frans évangéliste < chr. latijn evangelista < grieks euaggelistès [idem] (vgl. evangelie).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

evangelie, evangelist znww. Internationale woorden, op lat. evangelium, evangelista, gr. euangélion, euangelistḗs teruggaand. Mnl. gew. met w geschreven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

evangelist ‘schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie’ -> Singalees † ēwagndjeliste ‘verkondiger van het evangelie’; Negerhollands evangelist ‘schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

evangelist schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut