Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

euforie - (roes)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

euforie zn. ‘roes’
Vnnl. euphoria “lichtdraaghlijkheidt”, ‘lijdzaamheid’ [1688; Meijer]; nnl. euphoria ‘welzijn; het slagen (van een medische ingreep)’ [1832; Weiland], euphorie ‘id.; het makkelijk verdragen van pijn; het goed bekomen (van voedsel)’ [1847; Kramers], euforie ‘goed gevoel, kunstmatig opgewekt door gebruik van opium enz.’ [1925; Dale], ‘uitbundige stemming’ [1936; WNT Aanv.].
Ontleend aan Grieks euphoríā ‘het makkelijk verdragen van iets; welzijn, tevredenheid; vruchtbaarheid’, afgeleid van het bn. eúphoros ‘makkelijk dragend, licht (te dragen), goed vruchtdragend’. Dit is zelf weer een afleiding van het werkwoord euphoreĩn ‘vruchtbaar zijn’, gevormd uit het voorvoegsel eu- ‘goed’, zoals in → evangelie, en phérein ‘dragen’, verwant met → baren.
De eerste attestatie van Frans euphorie dateert van 1732. Het was een medische term die ‘algemeen gevoel van welbehagen’ en ook ‘toestand van overspannen-zijn’ betekende. Deze betekenis correspondeert met de Nieuwnederlandse; mogelijk ontleende het Nederlands deze betekenistoepassing medio 19e eeuw aan het Frans, waardoor het al bestaande (vroeg)nnl. euphorie een ruimer semantisch bereik kreeg. Een andere mogelijkheid is rechtstreekse ontlening door het Nederlands aan het (wetenschappelijke) Grieks, met een parallelle ontleningslijn in het Frans.
In de 20e eeuw komt euforie in alledaags taalgebruik voor voor ‘welzijn’ en voor ‘(bijna ziekelijke) opgewektheid (al dan niet veroorzaakt door verdovende middelen)’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

euforie [gevoel van welbehagen] {euphoria 1832, euphorie 1865} < frans euphorie of direct < grieks euphoria [welzijn], van euphoros [gemakkelijk te dragen, gemakkelijk dragend, stuwend, goed vruchtdragend], van euphoreō [ik vervoer veel, ben vruchtbaar], van eu [goed] + pherein [dragen].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

euforie (Frans euphorie)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

euforie gevoel van welbehagen 1832 [WEI] <Frans of modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal