Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

etsen - (graveren in een plaat die met was of hars bedekt is, door er een zuur op te laten inbijten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

etsen ww. ‘graveren in een plaat die met was of hars bedekt is, door er een zuur op te laten inbijten’
Vnnl. etzen “in coper bijten” [1573; Thes.], ‘bijten, invreten’ [1642; WNT].
Ontleend aan Vroegnieuwhoogduits etzen ‘etsen’ (nhd. ätzen), een Germaanse causatiefvorm van ezzan-, ‘eten, vreten’ (zie → eten), dus letterlijk ‘laten eten, doen wegvreten’.
Mnl. etten ‘doen afgrazen’ [1294; CG I, 1984]; mnd. etten ‘weiden van vee’; ohd. etzen, ezzen ‘doen grazen’ [9e eeuw] (nhd. ätzen ‘etsen’); ofri. etta ‘weiden’ (nfri. ettjen, eattjen); oe. ettan ‘afweiden’; on. etja ‘ophitsen’; got. fra-atjan ‘eten uitdelen’; < pgm. *atjan- ‘voederen’.
In het Duits bestaat de betekenis ‘het weg- of aangevreten worden van een stof door chemicaliën’ sinds de eerste helft van de 15e eeuw, aanvankelijk alleen in medisch jargon (zoals Nederlands salicylzuur etst de maagwand (Dale 1992)), later ook met betrekking tot druktechniek, metaalbewerking en chemie. Ook in de oudste Nederlandse vindplaatsen geldt deze betekenis. Maar omdat het woord meestal gebruikt wordt met betrekking tot het graveren in koper en de daaropvolgende zuurbewerking, wordt bij uitbreiding ook dit hele proces (het maken van een ets) etsen genoemd. Na de 17e eeuw is dit verreweg de overheersende betekenis. Het Duits heeft hiervoor een ander woord, namelijk radieren (van Latijn rādere ‘krabben’, zie → raderen).
ets zn. ‘in koper geëtste prent’. Nnl. ets [1866; WNT]. Afleiding van etsen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

etsen [in metaal graveren] {1573} < hoogduits ätzen, oudhoogduits azzen, het causatief van eten, dus doen wegvreten (vgl. etten).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

etsen ww. in 16e-17e eeuw < nhd. ätzen ‘etsen’, waaruit ook ne. etch (1634) (misschien over nl.), nde. etse, nzw. etsa; eig. hetzelfde woord als etten. In de vaktaal kreeg het woord een andere betekenis: ‘door het laten invreten van het zuur in het metaal, laat men dit als het ware eten’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

etsen ww. Dit laatste sedert Kil. Evenals eng. to etch, de. etse, zw. etsa uit nhd. ätzen “etsen”. Vgl. het in beperkten kring gebruikte laat-nndl. beitsen, evenals de. beitse, zw. betsa uit nhd. beizen. [NB. ä́tzen is formeel = ndl. dial. etten “laten afgrazen”, een alg.-germ. ww. *atjanan, caus. van *etanan “eten”.]

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

etsen. Eng. to etch is wsch. via het Ndl. aan het Hd. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

etsen o.w., gelijk Eng. to etch, uit Hgd. ätzen, Ohd. azjan, ezzan = doen invreten (z. afetten).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

etsen (Duits ätzen)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

etsen ‘in metaal laten uitbijten’ -> Engels etch ‘in metaal laten uitbijten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

etsen in metaal laten uitbijten 1573 [Claes] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut