Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

etgroen - (tweede grasgewas)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

etgroen* [tweede grasgewas] {1573} het tweede lid is groen en wellicht is het woord een verbastering van etgroede {1405-1422}, vgl. middelnederduits etgrode, middelengels edgro(w)e; het eerste lid is verwant met gotisch [en], latijn etiam [ook, nog eens], grieks eti [nog verder], oudindisch ati [verder, langer]; het tweede lid behoort bij groeien.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

etgroen znw. o., naast dial. etgroede, etgroet, mnl. etgroede (holl.), mnd. etgrōde ‘etgroen, tweede gras’ (vgl. me. edgrōwe, edgrōe, ne. dial. edgrow, edgrouth). Het 2de lid is mnl. groede ‘wasdom, aangeslibd land’ (vgl. de plaatsnaam Groede), mnd. grōde, afl. van groeien; vgl. nog ofri. grēd ‘aangeslibd land’, on. grōðr ‘kruid, wasdom’. — Het 1ste lid et- is een prefix ‘weder, terug’, vgl. onfrank. ed-, os. ed-, ohd. ita-. it-, ofri. et-, oe. ed-, on. ið-, got. id-, een oergerm. prefix *eð- naast got. ‘en, maar, als’. — lat. et ‘en, ook’, etiam ‘en ook nog’, gr. éti ‘bovendien, verder’, oi. ati ‘over ... heen’, gall. eti ‘ook, verder’, opr. et-, at- (IEW 344). — Zie ook: etmaal en herkauwen.

Andere benamingen voor etgroen zijn etgaarde, etgar (Drente en Overijsel), samengesteld met gard, vgl. mnd. gart, garde ‘landmaat, deel van een akker’; verder gromǝt, grommǝt (Limburg en Zuid. Nederl.), vgl. mhd. gruonmat, nhd. grummet (zie: groen en made ‘weiland, hooilanď). Daarnaast toemǝt en eimǝt vgl. eimaat (Bommelerwaard), waarvan het 1ste deel misschien uit *ede-, naast et- (Schrijnen, Zsfd Mundarten 18, 1923, 235-6 en Grootaers, Donum Schrijnen 1929, 595 vlgg. Voor Oost-Nederland zie de kaart bij K. Heeroma, Taalatlas van Oost-Nederl. nr. 3. — Voor de corresponderende namen in Duitsland zie Gisela Ruppenthal, Der zweite Grasschnitt in deutscher Synonymik, Gieszen 1950.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

etgroen znw.o. (overeenkomstig de uitspraak met t geschreven, evenals ant- in antwoord), dial. ook etgroede (etgroet). Deze vorm, die al in het Mnl. (holl.) voorkomt, is wsch. de oudere = mnd. etgrôde “etgroen, tweede gras” (vgl. meng. edgrô(w)e, eng. dial. edgrow, edgrouth). Het tweede lid, = mnl. groede v. “wasdom, aangeslibd land”, mnd. grôde m. “id.” (nnl. Groede, plaatsnaam), is een znw. van den stam van groeien; vgl. ofri. grêd v. “aangeslibd land”, on. grôðr (gen.-rar, oud ook -ar) m. “kruid, wasdom”. Het eerste lid is een germ. partikel (prefix) met de bet. “weder, terug” [onfr. ëd-, ohd. ita-, it-, os. ëd-, ofri. ët- (t als in ’t Ndl.), ags. ëd-, on. ið-, got. id-], die met znww, bnww. en ww. wordt samengesteld en die in gramm. wechsel staat met got. “en, maar, als”. Buiten ’t Germ.: lat. et “en”, gr. éti “nog”, en wellicht nog verscheidene andere partikels, maar bij partikels zijn etymologische combinaties in ’t algemeen onzeker. Met ’t oog op de vreemde wisseling van e en i in de germ. talen vragen we ons af, of naast een grondvorm met e ook een andere met i moet worden aangenomen, verwant met lat. iterum “wederom”, oi. itara- “andere”. - Het Ndl. heeft nog een samenstelling met et-, nml. etmaal.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

etgroen. In Drente en Overijsel komt als synoniem voor etga(a)r(de), Kampen etgət, dat wsch. evenals dgl. ndd. vormen een samenstelling met gard is: vgl. reeds mnd. gart, garde v. in de bet. ‘landmaat, deel van een akker’. — Andere dial. synoniemen worden bij maaien Suppl. vermeld.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

etgroen o., Ndd. etgrôn, Ofri. eatgrien, uit et 1 en groen; daarnevens Mnl. etgroede + Eng. edgrow, Ofri. ethgrow, van groeien.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Etgroen en etmaal; beide gevormd met een voorvoegsel ed, als onverbuigbaar woord et geschreven, dat in het oud-germ. veel voorkomt met de bet. terug, weder; de oorsprong verder is onbekend. Het eerste woord beteekent het groen, dat na het maaien weder opkomt, etgras; het tweede een tijdruimte van 2 x 12 uur, eig. de weder terugkeerende tijd (want maal, go. mel = tijd, geschikte tijd en dan etenstijd).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut