Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

estrik - (gebakken vloertegel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

estrik [gebakken vloertegel] {estric 1406-1448} < middeleeuws latijn astracum, astracus [plavuis] < grieks ostrakon [schaal van schaaldieren, aarden schaal, scherf], verwant met osteon [bot] (vgl. ostracisme).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

estrik znw. m. ‘gebakken vloertegel, plavuis’, mnl. estric in de late Middeleeuwen < nederrijns, vgl. mnd. astrak, esterik, ohd. astrih, estirih < vroegmlat. astracus, astricus ‘plaveisel.’

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

estrik znw. Dit woord is in de latere ME. wsch. uit het Nederrijnsch in de ndl. taal gekomen. = mnd. astrak, esterik o., ohd. astrī̌h, estirī̌h(hh) (nhd. estrich) m. Uit oud-mlat. astricus, astracus “plaveisel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

estrik m. (vloersteen), Mnl. estric, gelijk Ohd. astrih (Mhd. en Nhd. estrich), uit Mlat. astricum (-us).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

estrik ‘gebakken vloertegel’ -> Deens estrik ‘gebakken vloertegel’ (uit Nederlands of Duits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal