Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

essence - (geconcentreerde geur- of smaakstof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

essence zn. ‘geconcentreerde geur- of smaakstof’
Nnl. essence ‘id.’ [1708; WNT], naast (inmiddels verouderd) essentie ‘aftreksel’ [1768; WNT].
Ontleend aan Frans essence ‘id.’ [1587; Rey], eerder ‘geconcentreerd aftreksel’ [1563; Rey], en met als oudste betekenis ‘het wezen’ [ca. 1200; Rey] < Latijn essentia ‘het wezen van iets’, zie → essentie.
Een essence is een aftreksel dat verkregen wordt uit vruchten, bloemen of andere natuurlijke producten en dat de geconcentreerde geur- of smaakstoffen bevat, ofwel het essentiële daaruit. In het Nederlands is essence lange tijd synoniem geweest met het rechtstreeks aan het Latijn ontleende essentie. Ook het WNT behandelt in 1917 beide vormen nog als vormvarianten. Inmiddels hebben beide woorden zich duidelijk onderscheiden in een concrete resp. abstracte betekenis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

essence [aromatisch aftreksel, het wezenlijke] {1715} < frans essence < latijn essentia, in alchemistenkring verkort voor quinta essentia (vgl. kwintessens, essentie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

essens s.nw.
1. Kruieaftreksel. 2. Geursmaakstof.
In bet. 1 uit Ndl. essence (1715) 'aromatiese aftreksel' uit 'aftreksel van plantdele wat een of ander werksame bestanddele bevat'. In bet. 2 uit Eng. essence. I.p.v. essens in bet. 2 word geursel eerder in Afr. t.o.v. gebak, ens. gebruik, aangesien essens in hierdie konteks as 'n anglisisme beskou word.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

essens: aftreksel, ekstrak; geur- en/of smaakstof; Ndl. essence/essens (WNT III 4239 skei hulle nie v. essentie nie, terwyl hulle in Afr. doeb. is), v. essensie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

essence (Frans essence)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

essence ‘aromatisch aftreksel’ -> Creools-Portugees (Malakka) esen ‘parfum’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

essence aromatisch aftreksel 1715 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut