Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

escargot - (eetbare wijngaardslak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

escargot zn. ‘eetbare wijngaardslak’
Nnl. escargot ‘id.’ [1952; Sijs 2001].
Ontleend aan Frans escargot ‘id.’ [1549; Rey] < Middelfrans escargol [ca. 1393; Rey] < Provençaals escaragol ‘id.’, waarvan de herkomst onduidelijk is. Vanwege het bestaan van nog diverse andere Provençaalse vormen wordt wel verband gesuggereerd met Latijn conchylium ‘schaaldier’ of Latijn calix ‘kelk’ (waaruit → kelk). Dat laatste zou dan via een verkleinwoord calicula tot calacula, caracula hebben geleid, in welke vorm het terugkomt in Belgisch-Frans caracole en Vlaams karakol, karkol [16e eeuw; Schuermans], wrsch. door de Spanjaarden ingevoerd. Het voorvoegsel es- ‘weg van’ zou volksetymologisch kunnen zijn toegevoegd omdat het slakje wanneer het opgegeten wordt uit zijn huisje gehaald wordt.
Door de populariteit van het toerisme in Frankrijk en de Franse keuken raakte in de tweede helft van de 20e eeuw ook de escargot in Nederland bekend. In België was ze dat al langer. Zowel in Nederland als in België is de soort thans zeldzaam en beschermd; voor consumptie worden wijngaardslakken betrokken uit kwekerijen.
Lit.: Guiraud 1994

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

escargot [wijngaardslak] {na 1950} < frans escargot < provençaals escaragol < cagarol, gevormd o.i.v. scarabaeus, waarvan de etymologie onbekend is (vgl. caracole).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

skargo, schargo, skerrego, scherrego, zn.: huisjesslak, alikruik. Door aferesis uit Fr. escargot ‘wijngaardslak, huisjesslak’ < Prov. escaragol > Prov. en Sp. caracol ‘huisjesslak’. Zie ook kreukel.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

escargot s.nw.
Eetbare slak.
Uit Eng. escargot (1892).
Eng. escargot uit Fr. escargot.
Ndl. escargot (1952).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

scherrego (Al), zn. m.: zeeslak (?). Uitspr. van Fr. escargot 'wijngaardslak' < Prov. escaragol.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

escargot (Frans escargot)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

escargot wijngaardslak 1952 [WP voor de vrouw] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal