Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

es - (bouwland rond dorp)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

es 2 zn. ‘bouwland’
Mnl. esch ‘id.’ [1477; Teuth.], opten essche ‘op de es’ [14e eeuw; MNW].
Met assimilatie van -ts ontstaan uit ouder *et(i)sk-. De herkomst van dat woord is onbekend. De verwantschap met Latijn ador ‘spelt’ (IEW 3) wordt door Lehmann (1986) afgewezen. Het ook wel aangehaalde Tochaars A en B ati ‘gras’ lijkt alleen al vanwege de afstand onwrsch.; vermoedelijk behoort dit bij Turks ot ‘gras’. Misschien gaat het bij het Germaanse woord om een substraatwoord.
Os. etisk ‘id.’ (mnd. esch); ohd. ezzisc ‘zaad’, ook ezziscban ‘gemeenschappelijk weideland’ (mhd. ezzisch, esch ‘zaadveld’ [Kirchstein]); got. atisk ‘korenveld’; < pgm. *atiska- ‘zaad(veld)’.
Het woord wisselt in het Nederlands af met → enk. De verspreiding reikt tot in Duitsland.
Lit.: H.J. Moerman (1930) Nomina Geographica Neerlandica 7, 48; H. Wesch (1962) ‘Flurnamen und Wortkarten’, in: W. Schröder Festschrift für Ludwig Wolff, Neumünster, 77-92, hier 83-87

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

es2* [bouwland rond dorp] {esch 1320-1349} oudsaksisch -ezsche, oudhoogduits ezzisc, gotisch atisk [zaaiveld]; vermoedelijk verwant met latijn ador [spelt].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

es 2 znw. m. ‘markgrond’ vooral in de oostelijke dialecten naast enk (zie kaartje der uitbreiding bij H. J. Moerman in NGN 7, 1930, bij blz. 48), oostmnl. esc, os. -ezzchon, -eðsca, -ezsce, ohd. eʒʒisc, got. atisks ‘zaadveld’, mogelijk te verbinden met lat. ador ‘spelt’ (IEW 3).

Een duidelijk continentaal westgerm. woord, waarbij het opvalt, dat het in het oe. ontbreekt en dan dus eerst na de emigratie der Angelen en Saksen zou zijn opgekomen (of misschien nog sporen in plaatsnamen). Voor de verbreiding van es in het aan Oost-Nederl. aansluitende Neder-Saksen zie H. Wesche, Fschr. L. Wolff 1962, 83-87.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† es[ch] II (markgrond), vooral in oostel. diall., vgl. over de verbreiding der essen Moerman NGN. 7, 36 vlg.; (oost)mnl. esc m. = ohd. eʒʒisc m. ‘zaadveld’ (hd. esch), os. -ezzchon (dat. pl.), -eðsca, -ezsce (dat. sg.) ‘id.’, got. atisk (acc. sg.) ‘id.’ Buiten het Germ. is lat. ador ‘spelt’ vergeleken: mogelijk. De combinatie van deze woorden met de groep van eten is volkomen fantastisch.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

es 'bijeengelegen bouwland'
Mnl. esch 'bouwland', nnl. es 'bijeengelegen bouwland', os. etisk (in toponiemen) 'bouwland', mnd. esch, ohd. ezzisc 'zaad', mhd. ezzisch, esch 'zaadveld', got. atisk 'zaadveld'. De verdere etymologie van het woord is zeer onzeker. Mogelijk gaat het om een substraatwoord in het Germaans. Wordt vooral in Noord-Oost-Nederland (Overijssel, Drenthe en het aangrenzende gebied in Groningen en Friesland) en Noord-West-Duitsland gebruikt. Essen zijn open, deels gemeenschappelijk gebruikte landbouwarealen die op zijn vroegst dateren uit het begin van de late middeleeuwen. Elders in Nederland wordt het bijeengelegen bouwland bij een dorp eng of enk genoemd, in Limburg veld.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut