Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

erf - (erfdeel, grond behorend bij huis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

erf zn. ‘huis met bijbehorende grond, onbebouwd stuk grond bij huis’
Onl. erui ‘erfdeel’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. herue (met hypercorrecte h-) ‘vererfbaar stuk grond’ [1210; CG I, 3], erue ‘bezit, erfgoed’ [1240; Bern.]; mnl. erf ‘erfgoed’ [1406; MNW].
Os. ervi ‘erfenis, erfdeel’; ohd. erbi ‘erfenis, erfdeel’; oe. ierfe, ærfe, yrfe ‘erfdeel’; ofri. erve ‘erfgrond, erfgoed’; Oernoords arbija ‘erfenis’ [ca. 400; steen van Tune], on. (met secundaire betekenis) erfi ‘erfmaal’ en met andere stamvorm arfr ‘erfgoed’ (nzw. arv ‘erfgoed’); got. arbi ‘erfenis’; < pgm. *arbja- ‘erfenis’. Daarnaast staan de afgeleide werkwoorden: os. ervian; ohd. erben; oe. ierfian ‘erven, bezitten’; on. erfa ‘erven, het erfmaal aanrichten’; < pgm. *arbjan- ‘erven’.
Buiten het Germaans verwant met Oudiers orbe ‘erfenis’ en orb ‘erfgenaam’ en behorend bij de wortel pie. *h3erbh- ‘verweesd, wees’ (IEW 781-782), die ook verschijnt in Grieks orphanós, orphanikós ‘verweesd’, Latijn orbus ‘beroofd, verweesd’, Sanskrit árbhas ‘zwak’, Armeens orb ‘wees’ en misschien Hittitisch harp- ‘scheiden’. De Keltische-Germaanse betekenis wijkt dus af van de Proto-Indo-Europese. Benveniste verklaart dit verschil door het feit dat in de oude maatschappij de kinderen automatisch erfgenamen waren. Pas als er geen zonen waren en de erfenis dus ‘verweesd’ was, kwamen er anderen in aanmerking, zo Tacitus (Germ. cap. 20). Dat waren dan degenen die de erfenis ‘namen’, zie → erfgenaam. Porzig neemt aan dat het woord in het Germaans een ontlening is aan het Keltisch, net als enkele andere juridische termen zoals → eed.
erfelijk bn. ‘overgaand van de ene generatie op de andere’. Mnl. te erueliken chense ‘tot erfelijke cijns’ [1265; CG I,87]. Afleiding met het achtervoegsel → -lijk. ♦ erfenis zn. ‘wat iemand erft’. Mnl. eruenesse [1291; CG 1512]. Afleiding met het achtervoegsel → -nis van erven. ♦ erven ww. ‘uit nalatenschap verkrijgen’. Mnl. eruen ‘erven’ [1263; CG I,83]. Afleiding bij het zn.
Lit.: W. Porzig (1954) Die Gliederung des indogermanischen Sprachgebiets, Heidelberg; E. Benveniste (1973) Indo-European Language and Society, London, 68-69

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

erf2*, erve [erfdeel, grond behorend bij huis] {oudnederlands ervi 901-1000, middelnederlands erve [erfdeel, vast goed, grondgebied, erf]} oudsaksisch erƀi, oudhoogduits erbi, arbi, oudfries erve, oudengels ierfe, gotisch arbi, waarbij steeds de betekenis ‘erfgoed’ centraal staat, oudnoors erfi [dodenmaal]; buiten het germ. latijn orbus [ouderloos, kinderloos], grieks orphanos [ouderloos] (vgl. engels orphan), oudiers orbe [erfenis], oudkerkslavisch rabŭ [slaaf] (vgl. robot), armeens orb [wees], oudindisch arbha- [zwak, klein, jong]; de grondbetekenis is dus ‘ouderloos’. Volgens sommigen heeft het germ. het woord uit het kelt. geleend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

erf znw. o. mnl. erve o. v. ‘erfenis, erfgoed, erf’, onfrank. ervi, os. erƀi, ohd. erbi, arbi, ofri. erve ‘erfgoed’, oe. ierfe ‘erfgoed, bezit, vee’, on. erfi ‘lijkmaal’, got. arbi o. ‘erfgoed’. Naast *arƀa kende het germ. ook *arƀia vgl. *arƀian in mnl. erve, ofri. erva, got. arbja ‘erfgenaam’. — lat. orbus ‘beroofd van iets’, gr. orpho-, orphanós ‘verweesd’, oi. arbha- ‘klein, zwak; kind’, oiers orbe, orpe ‘erfenis, erfgenaam’, comarbe ‘mede-erfgenaam’, osl. rabŭ ‘slaaf’, idg. wt. *orbho- ‘verweesd, wees’ (IEW 781-2). — Men moet dus uitgaan van de bet. ‘verweesd’, waaruit zich dan ontwikkelde die van de overdracht van de eigendom van de dode op de nakomelingen. — Zie: erfgenaam, erven, maar ook arbeid en arm 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

erf znw. o., mnl. erve o. (ook v.) “erfgoed, erf”. = onfr. ervi, ohd. erbi (nhd. erbe), os. erƀi, ofri. erve, got. arbi o. “erfgoed”, ags. ierfe o. “id., bezit, vee”, on. erfi o. “lijkmaal”, germ.*arƀia-; hiernaast *arƀa- in on. arfr m. “erfgoed”, *arƀian- m. in ndl. (de) erven mv., mnl. erve m. “erfgenaam”, ohd. erbo (nhd. erbe), mnd. erve, ofri. erva, got. arbja m. “id.”, *arƀan- in on. arfi m. “id.”. Het Germ. kende voor “erfgenaam” ook samenstt. met een deverbatief znw.: on. arftaki, arfþegir, arfnyti m., os. erƀiward, ags. ierfeweard m. Zoo’n samenstelling is ook erfgenaam.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

erf. Zie nog arbeid Suppl. en arm Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

erf 3 o., + Hgd. erb-grind, Oostfri. arfe, Zw. arp, De. arpe; daarnevens Mndd. are, Eng. arr, On. ørr (Zw. ärr, De. arr), uit *arw- + Skr. aruṣ = zeer (z. nerf 1).

erf 2 o. (erfgoed), Mnl. erve, Onfra. ervi, Os. erƀi + Ohd. erbi (Mhd. en Nhd. erbe), Ags. ierfe, On. arfr (Zw. arf, De. arv), Go. arbi + Arm. orb = wees, Gr. orphós = verweesd, Lat. orbus = verweesd, Oier. orbe = erf: Idg. *orbh- = verweesd, nagelaten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2erf s.nw.
1. Afgebakende stuk grond in 'n dorps- of stadsgebied. 2. Besit van vaste goedere, grondbesit. 3. Onbeboude stuk grond behorend by 'n huis. 4. Huis omring deur bome en struike in 'n tuin.
Uit Ndl. erf, erve 'erfdeel, grond behorend by huis'.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1811).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

erf (het, erven), 1. alle onbebouwde grond bij een huis of een ander gebouw. Dan gaat hij op het erf van Nanie. Hij schiet op een manja* (A. de Vries 1957 (5): 9). Op het erf van het proefstation staan de stek- en wenbakken en de schaduwtenten van de cacaopepinière waarin jaarlijks 200.000 cacaostekken worden gekweekt voor uitgifte aan de landbouwers (Gids 116). - 2. tuin of moestuin bij (woon)huis. Gelukkig niet ver daar vandaan stond er nog zo* een bejaardentehuis, hier had ieder een stukje erf ter beschikking (Rappa 1981: 18). - 3. schoolplein. Reeds* is hij in beslag genomen door een stel jongens op het erf van de lagere school (Vianen 1971: 28). - 4. met erfwoningen* bebouwde ruimte achter een huis aan de straat. Er zijn ook erven waar er veel huizen op het erf zijn (Doelwijt 1971: 38). - Etym.: AN (veroud.) e. = o.m. bet. 1; alleen nog in gebr. bij boerenwoning. NB t.a.v. bet. 4: Vroeger behoorde zo’n erf bij het huis ervoor en werden de erfwoningen bewoond door de huisslaven. Oudste vindpl. daarvan publ. van 1777 punt 15 (S&dS 928). Tegenwoordig kunnen het erf zelf en de woningen ieder afzonderlijk het eigendom zijn van verschillende personen. - Syn. van 3 schoolerf*. Samenst. ook: achtererf*, voorerf*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

erf ‘erfgenaam’ (Keltisch of erfwoord)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Erf, erfenis, erven, van den Idg. wt. arbh = erven. Erfgenaam is letterlijk: die het erf (de nalatenschap) neemt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

erf ‘erfdeel, grond behorend bij huis’ -> Zuid-Afrikaans-Engels erf ‘moestuin, (klein) stuk bouwland’ ; Javaans èrep ‘erf(grond) bij een huis’; Petjoh erf ‘tuin’; Negerhollands erfe ‘erfgenaam’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

erf erfdeel, grond behorend bij huis 0901-1000 [WPs] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut