Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-erd - (achtervoegsel dat een mannelijke persoonsnaam vormt met pejoratieve betekenis)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-erd [achtervoegsel dat een mannelijke persoonsnaam vormt met pejoratieve betekenis] {in bv. lomperd 1678} verzwakte vorm van -aard.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-aard II, met den zwakkeren bijvorm -erd, nominaalsuffix, reeds mnl. Ontl. uit fr. -ard (in grognard, richard enz.), dat zelf weer van germ. oorsprong is. De suffixen -aar, -er en -aard, -erd loopen in het Nnl. door elkaar.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-erd (Frans -ard)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut