Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

er - vnw., (ervan; daar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

er vnw., bw. ‘ervan; daar’
In de betekenis ‘daarvan’: vnnl. Voor wat prijs men der zoo eenen hebben kan ‘voor welke prijs men er zo een kan krijgen’ [begin 17e eeuw; WNT]; nnl. Er staan er al een stuk drie vier ‘er staan ervan al een stuk of drie vier’ [1784-85]. In de betekenis ‘daar’: mnl. wert hire binnen gesien ‘wordt hij er binnen gezien’ [1237; CG I, 30]; vnnl. Indiender dan eenige vertroostinge is ‘Indien er dan enige troost is’ [1688; WNT]; nnl. Het gaat'er niet zo toe gelyk ... ‘Het gaat daar/er niet zo aan toe als’ [1722; WNT].
Wrsch. zijn in er twee woorden samengevallen. Enerzijds de genitief 3e persoon mv. er van het persoonlijk voornaamwoord (onl. iro ‘van hen’ [10e eeuw; W.Ps.]), die in het Middelnederlands vaak als -re of -er aan het voorafgaande woord werden geschreven. Anderzijds een door enclise en metanalyse onbeklemtoonde vorm der van het bijwoord → daar, zoals die ook al in het Middelnederlands voorkomt: dermede ‘daarmee’ [1237; CG I,30]. De d- is bij deze woorden verdwenen in gevallen waarin het voorafgaande woord op -d of -t eindigde en het woord enclitisch toegevoegd werd, zoals bijv. gaat der > gaat-er. Ook nu hoort men in de gesproken taal nog vaak d'r. De vormen hebben elkaar mogelijk beïnvloed.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

er* [bijw.] {er, (e)re 1237} in het middelnl. gewoonlijk als encliticum aan het voorgaande woord vastgeschreven; verwant met oudsaksisch, oudhoogduits iro, oudfries hira en oudengels hiera met secundaire h, gotisch izē, izō [van hen, ervan], 2e nv. mv. Vaak gebruikt als synoniem van daar, waartoe het samenvallen na een t en d heeft bijgedragen: hij heeft er vijf < hij heeft der vijf.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

er 1 bijw., mnl. gew. enclitisch gebruikt er, ere, re = os. ohd. iro (met secundaire h: ofri. hira, oe. hiera; waarvoor zie: haar), got. ize 2de nv. mv. ‘van hen, ervan’. Het gebruik van er in de bet. van daar is het gevolg van een samenvallen der beide woorden in enclytische positie.

er 2 voorvoegsel, mnl. er-, onfrank. ir-, re-, mnd. er-, ohd. ar-, ir-, ur-, os. ofri. oe. ă-, got. us-, uz- is het onbetoonde praefix oor-. Echt ndl. is het voorvoegsel niet; in het mnl. komt het bijna alleen in Limburgse woorden voor en de samenstellingen met er- in onze taal zijn van het oosten, meestal van het duits overgenomen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

er I bijw., mnl. (gewoonlijk als enclitica aan ’t voorafgaande woord vastgeschreven) er, (e)re. = ohd. os. iro, (ofri. hira, ags. hiera met secundaire h; zie haar II), got. ize gen. mv. “van hen, er van” (zie gene). Vaak wordt er synoniem met dǝr, daar gebruikt. Daartoe heeft o.a. het samenvallen van dǝr en ǝr na een t, d meegewerkt (hij weet (d)ǝr niets van, hij heeft ǝr vijf, het heeft (d)ǝr geregend).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

er 1 voornw. (daarvan, Fr. en), dial. der, Mnl. er, re, der, verdoffing met aphaerese der d uit dier, genit. meerv. van ’t demonstr. + Hgd. deren. Niet uit *ere, genit. van zij.

er 2 bijw. (daar, Fr. y), dial. der, Mnl. er, re, der, verdoffing met aphaerese der d uit daar.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

er ‘bijwoord van plaats’ -> Fries er ‘voornaamwoord: ervan, daarvan, van hen’; Petjoh d'r ‘bijwoord van plaats’; Javindo ister ‘er is’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

er* bijwoord van plaats 1237 [CG I1, 32]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut